NL | EN
zoek
  A A A Contact | Home | Zoeken:
Totaal € 0.00
0 Items
winkelwagen
 

Hemelse muziek uit een opening in het plafond 

 

Je zou waarachtig denken dat Weimar nog steeds boos is op Bach. In 1717 solliciteerde Johann Sebastian na een kleine tien jaar trouwe dienst heimelijk naar een betrekking in Köthen, en dat was in de ogen van Wilhelm Ernst van Saksen-Weimar een daad van ongehoorzaamheid.

En hoewel de hertog Bach hoog had zitten, lezen we in een verslag van Hofsekretär Borrman dat de ‘bisherige Concertmeister u. HofOrganist Bach wegen seiner Halßstarrigen Bezeügung u. zur erzwingender dimission auf der LandRichter-Stube arretiret’ was.
Nadat hij al die jaren met veel respect was behandeld en uitzonderlijk goed was gehonoreerd, had meneer het bestaan om in het verborgen elders te solliciteren. Dat was al een aanzienlijk vergrijp, maar toen hij zijn ontslag indiende, had Bach kennelijk ook nog eens zijn geduld verloren en een woedeaanval gehad. Dat kon niet onbestraft blijven: op 6 november 1717 belandde Bach in de gevangenis. Hij kwam er niet tot inkeer, en na vier weken, op 2 december 1717, werd hij vrijgelaten. Bach kreeg ontslag – oneervol! – ‘mit angezeigter Ungnade’. 

Onder de parkeerplaats
Zoals gezegd, je zou kunnen denken dat men Johann Sebastian zijn ongehoorzaamheid nog steeds niet heeft vergeven, want hoewel hij bijna een heel decennium in achtergrond Weimar woonde en werkte en veel bijdroeg aan het prestige van het stadje aan de Ilm, struikel je er vandaag de dag beslist niet over Bach. Toegegeven, dat lot deelt hij met Franz Liszt, die Weimar als voorman van de muzikale avant-garde pakweg anderhalve
eeuw later een Silberne Zeit bezorgde.
Maar alles en iedereen moet het in Weimar afleggen tegen de twee mannen van de Goldene Zeit, de twee halfgoden die goed zijn voor de eeuwige roem van het Thüringer provincieoord: Johann Wolfgang von Goethe en Friedrich Schiller. Weimar is ‘Geburtsstätte der deutschen Klassik’, en
pas daarna komt de rest. Nu valt er natuurlijk niets, helemaal niets af te dingen op de betekenis van Goethe en Schiller en van de Weimarer Klassik stel je voor! Maar het steekt toch dat Bach, de grote Bach, het zo ongeveer moet doen met één buste en één gedenkplaat. Dat is welbeschouwd bizar, en de oprichters en leden van de vereniging ‘Bach in Weimar e.V.’ denken er net zo over. Sinds 2003 zetten zij zich in voor de bouw van een Bach-Begegnungsstätte naast hotel Elephant, Markt 19. Onder de parkeerplaats van dit hotel bevinden zich namelijk de goeddeels in originele staat bewaard gebleven keldergewelven van het huis waarin Johann Sebastian destijds met zijn echtgenote Maria Barbara woonde.

De gedenkplaat
De tekst van de gedenkplaat luidt: ‘Hier stand das Haus in dem Johann Sebastian Bach von 1708-1717 wohnte’ en ‘Hier wurden geboren Friedemann Bach am 17. November 1710 Philipp Emanuel Bach am 8. März 1714’. De plaat spreekt niet de volle waarheid, want in de woning aan het marktplein werden nóg vier kinderen geboren. In december 1708, vijf maanden nadat de Bachs zich in Weimar hadden gevestigd, kwam hun eersteling ter wereld, Catharina Dorothea. De tweeling Maria Sophia en Johann Christoph werd in 1713 geboren; beide kinderen overleden kort na de geboorte.
In 1715 diende Johann Gottfried Bernhard zich aan. In juli 1708 betrokken Johann Sebastian en de zwangere Maria Barbara een appartement in het huis van Adam Immanuel Weldig, hoofd van de pages en falsettist in de hofkapel. Toen Weldig vijf jaar later een post in Weissenfels aanvaardde,
verkocht hij het huis, maar Bach-biograaf Christoph Wolff vermoedt dat Bach er bleef wonen en zelfs meer ruimte kreeg.

‘Mittelding zwischen Hofstadt und Dorf ’
Johann Sebastian Bach had al eerder in Weimar gewoond en gewerkt. Nadat een aanstelling als organist in Sangerhausen door het stadbestuur was bekrachtigd maar door hertog Johann Georg van Saksen-Weissenfels werd overruled, begon hij in januari 1703 als Lackey aan het hof van Weimar. Zes maanden later vertrok hij weer, hetzij omdat hij als tijdelijke kracht was ingehuurd, hetzij omdat hij genoeg had van de huishoudelijke taken die hij naast zijn werk in de hofkapel moest verrichten. In augustus 1703 werd hij organist van de Neue Kirche in Arnstadt. Medio 1707 nam Bach ontslag in Arnstadt om in Mühlhausen als organist van de Blasiuskirche aan de slag te gaan. Hij bleef er maar één jaar en vertrok toen naar Weimar. Als hoforganist en kamermusicus ging hij daar aanzienlijk meer verdienen, wat hem ‘een aangenamer leven’ mogelijk maakte, zoals hij het in zijn ontslagbrief formuleerde. Met zijn verhuizing naar Weimar nam Bach op de koop toe dat hij van een aanzienlijke stad in een betrekkelijk onbeduidend
oord terechtkwam. Goethe, die er een kleine zeventig jaar later domicilie koos, karakteriseerde het ‘wüste Weimar’ als ‘Mittelding zwischen Hofstadt und Dorf ’. De varkens liepen er door de straten en stegen, overal lag mest, en in het donker liep men het risico vanuit een raam met de inhoud
van een nachtspiegel te worden gezegend.

Veertig cantates
Het hertogdom Saksen-Weimar werd geregeerd door twee broers: Wilhelm Ernst en Johann Ernst III. Wilhelm Ernst, de oudste van de twee, domineerde het dubbelbestuur. Hij was het die Bach aanstelde, maar de hoforganist en kamermusicus behoorde tot de ‘gemeenschappelijke dienaren’ van beide hertogen. Nadat het er even op leek dat hij naar Halle zou vertrekken, werd Johann Sebastian in 1714 tot concertmeester
bevorderd en ontving hij een flinke salarisverhoging. Hertog Wilhelm Ernst resideerde in de Wilhelmsburg. De hofkerk, die in 1658 was ingewijd, maakte deel uit van het paleiscomplex. Het godshuis was ontworpen door de vrome hertog Wilhelm IV en zijn bouwmeester Johann Moritz Richter, die er een station op de weg van het paleis naar de hemel in zagen – Weg zum Himmelsburg, kortweg Himmelsburg. Het was een kleine kerk, maar dat was geen bezwaar want van de vijfduizend inwoners van Weimar hadden alleen de hertogelijke families, de hofhouding en de bedienden er toegang. Bach werkte letterlijk op grote hoogte in de Him-melsburg, die boven het priesterkoor in drie etages tot 27 meter reikte. In het plafond was een opening gemaakt van circa drie bij vier meter met daaromheen een balustrade. Dat was de koepelvormige Capelle, waar zich het orgel bevond. Christoph Wolff: ‘Doordat de balustrade werd gebruikt als één lange muziekstandaard waarachter de musici zich langs vier kanten konden opstellen, hadden uitvoeringen een bijzonder akoestisch effect. Voor de kerkgangers klonk de muziek vanuit de Capelle die nog versterkt werd door een soort echotoren als afkomstig uit de hemel, als een engelenconcert.’
Of de akoestiek behalve bijzonder ook optimaal was, zullen we nooit weten, tenzij de in 1774 afgebrande Himmelsburg nog eens wordt gereconstrueerd. In Weimar ontstond een groot deel van Bachs muziek voor orgel. In de Nekrolog, geschreven door zoon Carl Philip Emanuel en leerling Johann Friedrich Agricola, lezen we dat Johann Sebastian er ‘de meeste van zijn orgelwerken componeerde’; Christoph Wolff houdt het op ‘ongeveer de helft’. Daarnaast moet Bach er om en nabij veertig cantates hebben gecomponeerd. De cantate Mein Gott, wie lang, ach lange BWV 155, die begin februari op het programma van Gustav Leonhardt en De Nederlandse Bachvereniging staat, is één van de ongeveer twintig overgeleverde
cantates voor de Himmelsburg.

Mathieu Heinrichs 2010



Share/Bookmark

Concertagenda

Mei 2012
MaDiWoDoVrZaZo
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031

Bezoek ons ook op deze media




Twitter


RabobankRabobank ondersteunt De Nederlandse Bachvereniging structureel en wil daarmee bijdragen aan de verdere ontwikkeling en ambities van het oudste barokensemble van Nederland.

Laatste nieuws

Volg ons op facebook

Lees meer...

Nieuwsbrief

Meld u nu aan voor de nieuwsbrief!

Lees meer...