Das Wohltemperirte Clavier I nr. 12 in f klein

Das Wohltemperirte Clavier I nr. 12 in f klein

BWV 857 uitgevoerd door Pieter Dirksen
in zijn huis in Culemborg

  • Intro
  • 1. Prelude
  • 2. Fuga

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Achtergrondvideo's
Achtergrondvideo's

Diepe droefenis

Bach heeft hier diepe droefenis gecreëerd waaruit geen ontsnappen mogelijk is.

Vaak hebben de preludes en fuga’s in het Wohltemperirte Clavier een tegengesteld karakter: de prelude bedachtzaam, de fuga energiek. Hier is het echter anders: al vanaf de eerste noten zit de sombere stemming er goed in, en dat blijft ook zo. De prelude lijkt werkelijk niet vooruit te branden. Hoewel de nauwelijks onderbroken reeks van zestiende noten een vloeiende beweging suggereert, houden de statische basnoten de rem erop en hangen zelfs de trillers als een molensteen om de nek van de melodie. Alle pogingen om uit de put te klimmen, worden in de kiem gesmoord.
Ook de fuga worstelt dapper om zich uit die neerdrukkende sfeer los te maken, maar tevergeefs. Al worden bijna alle twaalf tonen van de toonladder aangesproken, soms op het wanhopige af, geen enkele afleidingsmanoeuvre voldoet om de zon echt te laten doorbreken. Bach heeft hier diepe droefenis gecreëerd waaruit geen ontsnappen mogelijk is.

Das Wohltemperirte Clavier, BWV 846-893
48 klavierstukken in alle 24 toonsoorten: dat was het soort uitdaging waar Bach van genoot. In elk van de twee delen van het Wohltemperirte Clavier bracht hij 24 keer het muzikale koppel prelude en fuga samen, twaalf in mineur, twaalf in majeur. In de preludes liet hij zijn fantasie de vrije loop, om in de fuga’s zijn mathematische hoogstandjes te verrichten. In tegenstelling tot de ijzeren discipline waarmee Bach zich voor zijn kerkelijke composities moest inzetten, kon hij zich hier overgeven aan intellectuele Spielerei zonder klemmende deadlines.

Het eerste deel van het Wohltemperirte Clavier stamt uit 1722, maar bevat muziek die deels al in de vijf jaar daarvoor werd geschreven. De ontstaansgeschiedenis van deel twee is minder helder: pas rond 1740 stelde hij dit tweede manuscript samen, maar opnieuw dateert een deel van de erin opgenomen preludes en fuga’s uit een veel eerdere periode. De doelgroep van deze verzameling stukken omschreef Bach zelf als volgt: ‘Zum Nutzen und Gebrauch der Lehr-begierigen Musicalischen Jugend, als auch dere in diesem studio schon habil seyenden besonderem ZeitVertreib.’ (‘Zowel ter lering van de ijverige muzikale jeugd als ter vermaak van de in deze materie al onderlegden.’)

BWV
857
Titel
Prelude en fuga in f klein
Bijnaam
nr. 12 uit Das Wohltemperirte Clavier I
Instrument
Klavecimbel
Genre
klavierwerken
Serie
Das Wohltemperirte Clavier
Jaartal
1722 of eerder
Stad
Köthen (of Weimar?)

Achtergrondvideo's

Klavecinist Pieter Dirksen

“Pieter Dirksen vertelt over het donkere karakter van f klein”

Teksten

Origineel

Vertaling

Credits