Das Wohltemperirte Clavier I nr. 23 in B groot

Das Wohltemperirte Clavier I nr. 23 in B groot

BWV 868 uitgevoerd door Diego Ares
in Utrecht

  • Menu
  • 1. Prelude
  • 2. Fuga

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Achtergrondvideo's
Achtergrondvideo's
Credits
Credits

Kort bezoek in een ver land

Eenvoud heerst, zelfs met vijf kruisen aan de sleutel.

Instrumentale muziek met veel voortekens aan de sleutel (‘zwarte toetsen’) was eeuwenlang nogal uitzonderlijk. Vóór de moderne compromisstemming – de zogenaamde gelijkzwevende stemming, waarbij alles in feite een heel klein beetje onzuiver is – klonken minder gangbare toonsoorten zoals B groot spannend, kruidig of zelfs vals. Toch moet Bach een acceptabel midden hebben gevonden om de 24 toonsoorten in het Wohltemperirte Clavier allemaal acceptabel te laten klinken.

Diego Ares zegt het zelf: B groot is een moeilijke toonsoort, niet alleen qua stemming, maar ook voor de vingers. Om dan zulke vanzelfsprekende muziek te schrijven als deze Fuga, daar toont Bach zich weer een meester van de miniatuur. De vier stemmen zingen vrij en helder, nergens vallen ze elkaar in de rede, en zeker in Ares’ uitvoering volg je de thema-inzetten gemakkelijk: tenor, alt, sopraan, bas en dan met pauzes nog eens tenor en alt. Vervolgens, en dat is echt voor de oplettende luisteraar, geeft Bach het thema twee keer in omkering aan sopraan en alt, voordat hij snel terugkeert naar de ‘rechte’ versie en de bas de slotfase laat inluiden. Uit het tegenthema komen de vele snelle loopjes, met als hoogtepunt tot besluit van de middensectie een spectaculaire afdaling in de diepten van het klavecimbel.

Das Wohltemperirte Clavier, BWV 846-893
48 klavierstukken in alle 24 toonsoorten: dat was het soort uitdaging waar Bach van genoot. In elk van de twee delen van het Wohltemperirte Clavier bracht hij 24 keer het muzikale koppel prelude en fuga samen, twaalf in mineur, twaalf in majeur. In de preludes liet hij zijn fantasie de vrije loop, om in de fuga’s zijn mathematische hoogstandjes te verrichten. In tegenstelling tot de ijzeren discipline waarmee Bach zich voor zijn kerkelijke composities moest inzetten, kon hij zich hier overgeven aan intellectuele Spielerei zonder klemmende deadlines.

Het eerste deel van het Wohltemperirte Clavier stamt uit 1722, maar bevat muziek die deels al in de vijf jaar daarvoor werd geschreven. De ontstaansgeschiedenis van deel twee is minder helder: pas rond 1740 stelde hij dit tweede manuscript samen, maar opnieuw dateert een deel van de erin opgenomen preludes en fuga’s uit een veel eerdere periode. De doelgroep van deze verzameling stukken omschreef Bach zelf als volgt: ‘Zum Nutzen und Gebrauch der Lehr-begierigen Musicalischen Jugend, als auch dere in diesem studio schon habil seyenden besonderem ZeitVertreib.’ (‘Zowel ter lering van de ijverige muzikale jeugd als ter vermaak van de in deze materie al onderlegden.’)

BWV
868
Titel
Prelude en fuga in B groot
Bijnaam
nr. 23 uit Das Wohltemperirte Clavier I
Instrument
Klavecimbel
Genre
klavierwerken
Serie
Das Wohltemperirte Clavier
Jaartal
1722 of eerder
Stad
Köthen (of Weimar?)

Achtergrondvideo's

Klavecinist Diego Ares

“Deze Prelude en fuga in B groot past heel goed bij de herfst, met zijn schitterende, warme kleuren.”

Teksten

Origineel

Vertaling

Credits

  • Publicatiedatum
    12 november 2020
  • Opnamedatum
    1 oktober 2018
  • Locatie
    Utrecht
  • Klavecinist
    Diego Ares
  • Klavecimbel
    Titus Crijnen (1992) naar Johannes Ruckers, 1638
  • Regie en interview
    Jan Van den Bossche
  • Muziekopname, -montage en -mix
    Guido Tichelman
  • Camera
    Gijs Besseling
  • Productie
    Jessie Verbrugh
Help ons All of Bach te voltooien Help ons All of Bach te voltooien

Help ons All of Bach te voltooien

Een groot deel moet nog opgenomen worden voordat het gehele oeuvre van Bach online staat. Dit redden we niet zonder financiële steun van donateurs. Help ons de muzikale nalatenschap van Bach te voltooien en steun ons met een gift!