Adagio in G groot
BWV 968 uitgevoerd door Ketil Haugsand
in zijn huis in Keulen, Duitsland
Achter de muziek
Lievelingstoetje
Wat in de vioolversie gesuggereerd wordt, kan bij het klavecimbel expliciet gemaakt worden
Dit Adagio in G groot is een bewerking van het eerste deel van Bachs Derde vioolsonate. Het is overgeleverd in een kopie van Bachs schoonzoon Johann Christoph Altnickol. Helaas kwam hij (of Bach) niet verder dan het eerste deel van de sonate, want het resultaat doet zeker naar meer verlangen. Overigens heeft Gustav Leonhardt wel de overige delen van de vioolsonate voor klavecimbel getranscribeerd.*
Ondanks de spartaanse bezetting (slechts één solo-instrument), zijn Bachs sonates voor viool solo en cello solo ongekend rijk aan polyfonie en harmonie. Maar wat bij de viool en cello vooral gesuggereerd wordt, kan bij het klavecimbel natuurlijk heel expliciet gemaakt worden. Dat maakt de intense klankrijkdom van de opening van dit adagio meteen duidelijk.
Het is kenmerkend voor het meesterschap van Bach dat hij op basis één muzikaal idee, twee totaal verschillende en volledige idiomatische (het instrument op het lijf geschreven) stukken kan schrijven.
Dit stuk is de absolute favoriet van de Noorse klavecinist Ketil Haugsand. Hij wilde het dan ook heel graag opnemen toen we voor All of Bach bij hem thuis te gast waren in Keulen. Hij speelt het vaak als toegift bij een concert en noemt het zijn ‘lievelingstoetje’.
*De transcripties van Leonhardt zijn beschikbaar in een editie van Bachvereniging-klavecinist Siebe Henstra bij Bärenreiter.
Teksten
Origineel
Vertaling
Credits
-
- Publicatiedatum
- 23 augustus 2019
-
- Opnamedatum
- 28 februari 2017
-
- Locatie
- Keulen, Duitsland
-
- Klavecinist
- Ketil Haugsand
-
- Klavecimbel
- Martin Skowroneck, Bremen, 1985
-
- Regie en interview
- Jan Van den Bossche
-
- Muziekopname, -montage en -mix
- Guido Tichelman
-
- Camera en beeldmontage spel
- Gijs Besseling
-
- Beeldmontage interview
- Ane C. Ose
-
- Productie
- Jessie Verbrugh