Was Gott tut, das ist wohlgetan

Was Gott tut, das ist wohlgetan

BWV 100 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging
onder leiding van Jos van Veldhoven
Grote Kerk, Naarden

  • Menu
  • 1. Was Gott tut, das ist wohlgetan (Chor)
  • 2. Was Gott tut, das ist wohlgetan (Duett)
  • 3. Was Gott tut, das ist wohlgetan (Arie, Sopran)
  • 4. Was Gott tut, das ist wohlgetan (Arie, Bass)
  • 5. Was Gott tut, das ist wohlgetan (Arie, Alt)
  • 6. Was Gott tut, das ist wohlgetan (Choral)

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Achtergrondvideo's
Achtergrondvideo's
Teksten
Teksten
Credits
Credits

Optimisme zonder contemplatie

Bach pakt uit met hoorns en pauken!

Toen Bach ergens na 1732 de koraaltekst ‘Was Gott tut, das ist wohlgetan’ voor de tweede maal uit de kast haalde, pakte hij het volkomen anders aan dan in de gelijknamige cantate van tien jaar eerder (BWV 99). De bezetting van BWV 99, met fluit, hobo d’amore, hoorn, strijkers en basso continuo, maakte hij extra feestelijk door een tweede hoorn en pauken toe te voegen. De tekst bood hier ook alle reden toe: niet alleen het begin- en slotkoor zijn ontleend aan het koraal, maar ook de vier tussenliggende delen. Die heten vanwege de gelijkluidende beginzin van de opeenvolgende coupletten dan ook allemaal, net als de cantate zelf, ‘Was Gott tut, das ist wohlgetan’. En niet alleen die zin keert steeds terug, ook de destijds bij alle kerkgangers bekende melodie, zoals Jos van Veldhoven uitlegt in het interview.

Contemplatie in de vorm van recitatieven ontbreekt; vier aria’s, waarvan één een duet is voor alt en tenor, jubelen onafgebroken en zonder enige reserve voort over Gods goedheid.

Het lijkt alsof Bach een sterke behoefte voelde om, net als tekstdichter Samuel Rodigast in 1675, geen nadruk te leggen op de pijn van het lijden, maar op zijn rotsvaste vertrouwen in het goede van God. Rodigast schreef de hymne indertijd om de zieke cantor Severus Gastorius een hart onder de riem te steken. Het werkte, want de cantor knapte op en componeerde er zelfs een melodie bij, die de tand des tijds doorstond.

Omdat de connectie van deze cantate met een specifieke zondag ontbreekt, kon deze lofzang op ieder moment worden uitgevoerd. Troost op alle dagen van het jaar: dat moet ook voor Bachs gezin, waarin tussen 31 augustus 1732 en 6 november 1733 drie kinderen overleden, van grote betekenis zijn geweest.

BWV
100
Titel
Was Gott tut, das ist wohlgetan
Genre
cantates
Jaartal
1732-35
Stad
Leipzig
Tekstdichter
Samuel Rodigast
Bestemming
onbekend
Eerste uitvoering
onbekend
Bijzonderheden
Er zijn twee andere cantates met deze titel, BWV 98 en 99.

Achtergrondvideo's

Dirigent Jos van Veldhoven

“Bach kopieerde voor deze cantate het openingskoor van BWV 99, maar voegde daar hoorns en pauken aan toe. Waarom?”

Fluitist Marten Root

“In de eerste aria van deze cantate, zingt de sopraan een heel simpele melodie; fluitist Marten Root fladdert daar omheen als een vlinder.”

Teksten

Origineel

1. Chor
Was Gott tut, das ist wohlgetan,
es bleibt gerecht sein Wille;
wie er fängt meine Sachen an,
will ich ihm halten stille.
Er ist mein Gott,
der in der Not
mich wohl weiss zu erhalten;
drum lass ich ihn nur walten.
 
2. Duett (Alt, Tenor)
Was Gott tut, das ist wohlgetan,
er wird mich nicht betrügen;
er führet mich auf rechter Bahn,
so lass ich mich begnügen
an seiner Huld
und hab Geduld,
er wird mein Unglück wenden,
es steht in seinen Händen.
 
3. Arie (Sopran)
Was Gott tut, das ist wohlgetan,
er wird mich wohl bedenken;
er, als mein Arzt und Wundermann,
wird mir nicht Gift einschenken
vor Arzenei.
Gott ist getreu,
drum will ich auf ihn bauen
und seiner Gnade trauen.
 
4. Arie (Bass)
Was Gott tut, das ist wohlgetan,
er ist mein Licht, mein Leben,
der mir nichts Böses gönnen kann,
ich will mich ihm ergeben
in Freud und Leid!
Es kommt die Zeit,
da öffentlich erscheinet,
wie treulich er es meinet.
 
5. Arie (Alt)
Was Gott tut, das ist wohlgetan,
muss ich den Kelch gleich schmecken,
der bitter ist nach meinem Wahn,
lass ich mich doch nicht schrecken,
weil doch zuletzt
ich werd ergötzt
mit süssem Trost im Herzen;
da weichen alle Schmerzen.
 
6. Choral
Was Gott tut, das ist wohlgetan,
darbei will ich verbleiben.
Es mag mich auf die rauhe Bahn
Not, Tod und Elend treiben,
so wird Gott mich
ganz väterlich
in seinen Armen halten;
drum lass ich ihn nur walten.

Vertaling

1. Koor
Wat God doet dat is welgedaan,
zijn wil blijft rechtvaardig;
wat hij voor mij beschikt
zal ik stil aanvaarden.
Hij is mijn God,
die mij in de nood
weet te bewaren;
daarom laat ik hem maar regeren.

2. Duet (alt, tenor)
Wat God doet, dat is welgedaan,
hij zal mij niet bedriegen;
hij leidt mij over het juiste pad,
daarom ben ik tevreden
over zijn genade
en heb ik geduld,
|hij zal mijn ongeluk doen keren,
het is in zijn handen.

3. Aria (sopraan)
Wat God doet, dat is welgedaan,
hij zal goed voor mij zorgen;
als mijn arts en wonderdoener
zal hij mij geen vergif
als medicijn geven.
God is getrouw,
daarom wil ik op hem bouwen
en op zijn genade vertrouwen.

4. Aria (bas)
Wat God doet, dat is welgedaan,
hij is mijn licht, mijn leven,
en hij kan mij geen kwaad gunnen,
ik wil me aan hem overgeven
in vreugde en leed!
De tijd komt
dat openlijk zichtbaar wordt
hoe trouw hij het meent.

5. Aria (alt)
Wat God doet, dat is welgedaan,
ook al moet ik de beker drinken
die bitter is naar mijn waan,
ik laat me niet afschrikken,
want uiteindelijk
word ik verblijd
met zoete troost in mijn hart;
dan verdwijnen alle smarten.

6. Koraal
Wat God doet, dat is welgedaan,
daar wil ik het op houden.
Ook al word ik door nood, dood en ellende
een ruwe weg op gejaagd,
God zal mij
heel vaderlijk
in zijn armen houden;
daarom laat ik hem maar regeren.

vertaling © Ria van Hengel

Credits

  • Publicatiedatum
    8 januari 2016
  • Opnamedatum
    7 februari 2015
  • Locatie
    Grote Kerk, Naarden
  • Dirigent
    Jos van Veldhoven
  • Sopraan
    Gerlinde Sämann
  • Alt
    Damien Guillon
  • Tenor
    Charles Daniels
  • Bas
    Peter Kooij
  • Ripiënisten sopraan
    Marjon Strijk, Hilde Van Ruymbeke
  • Ripiënisten alt
    Elsbeth Gerritsen, Barnabás Hegyi
  • Ripiënisten tenor
    Kevin Skelton, Endrik Üksvärav
  • Ripiënisten bas
    Michiel Meijer, Drew Santini
  • Viool 1
    Sayuri Yamagata, Pieter Affourtit, Hanneke Wierenga
  • Viool 2
    Anneke van Haaften, Paulien Kostense, Lidewij van der Voort
  • Altviool
    Staas Swierstra, Jan Willem Vis
  • Cello
    Lucia Swarts, Richte van der Meer
  • Contrabas
    Maggie Urquhart
  • Traverso
    Marten Root
  • Hobo
    Martin Stadler
  • Fagot
    Yukiko Murakami
  • Hoorn
    Erwin Wieringa, Alexandre Zanetta
  • Pauken
    Peppie Wiersma
  • Klavecimbel
    Siebe Henstra
  • Orgel
    Leo van Doeselaar
  • Cameraregie en montage
    Lucas van Woerkum
  • Muziekopname
    Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Micha de Kanter
  • Audiomontage en -mixage
    Guido Tichelman
  • Camera
    Jorrit Garretsen, Ruben van den Broeke, Diderik Evers, Maarten van Rossem
  • Licht
    Zen Bloot, Harm Bredero, Marcel Brugman
  • Regie-assistent
    Stijn Berkouwer
  • Data handler
    Wesley Westerhuis
  • Interviews
    Onno van Ameijde
  • Productie concert
    Marco Meijdam, Erik van Lith
  • Productie opname
    JeanMarc van Sambeek, Jessie Verbrugh
  • Met dank aan
    Angela Mast, Marlo Reeders

Help ons All of Bach te voltooien

Een groot deel moet nog opgenomen worden voordat het gehele oeuvre van Bach online staat. Dit redden we niet zonder financiële steun van donateurs. Help ons de muzikale nalatenschap van Bach te voltooien en steun ons met een gift!