Der Himmel lacht! Die Erde jubilieret

Der Himmel lacht! Die Erde jubilieret

BWV 31 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging
onder leiding van René Jacobs
Grote Kerk, Naarden

  • Menu
  • 1. Sonata
  • 2. Der Himmel lacht! Die Erde jubilieret - Koor
  • 3. Erwünschter Tag! Sei, Seele, wieder froh! - Recitatief (B)
  • 4. Fürst des Lebens, starker Streiter - Aria (B)
  • 5. So stehe dann, du gottergebne Seele - Recitatief (T)
  • 6. Adam muß in uns verwesen - Aria (T)
  • 7. Weil dann das Haupt sein Glied - Recitatief (S)
  • 8. Letzte Stunde, brich herein - Aria (S)
  • 9. So fahr ich hin zu Jesu Christ - Koraal

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Teksten
Teksten
Credits
Credits

Verlangen naar transformatie

In deze feestelijke paascantate blikt Bach vooruit op de hemelse wereld die ons wacht

Met Pasen pakt Bach áltijd flink uit. In deze feestelijke cantate voert hij een, voor zijn doen, gigantisch orkest op, met drie trompetten, pauken, en niet vier maar vijf partijen voor het koor. In de veertig dagen voor Pasen waren trompetten en pauken verboden in de kerk. Ook in zijn andere stukken voor dit hoogfeest, waarvan het Paasoratorium misschien het bekendst is, draait Bach het instrumentale dus tot het uiterste op.

Er is, zoals altijd bij Bach, ook een theologische reden voor: Pasen is misschien wel de belangrijkste kerkelijke feestdag. Op die dag vieren christenen dat Jezus drie dagen na zijn kruisiging uit de dood opstond. Met die miraculeuze opstanding geeft Jezus blijk van zijn goddelijkheid. Ook is het een voorafbeelding van de wederopstanding die de mensen wacht, wanneer Jezus aan het Einde der Tijden terug zal komen en de dood voor eeuwig zal overwinnen. Alle gelovigen zijn dan volgens de Bijbel net als Jezus een eeuwig leven beschoren.

De transformatie van sterfelijkheid naar onsterfelijkheid staat centraal in deze cantate, BWV 31. Bachs tekstschrijver Salomon Franck grijpt Jezus’ opstanding aan om vooruit te blikken op de wereld die komt. De fanfare-achtige ‘Sinfonia’ die de cantate inleidt, kondigt Jezus aan als een soort vorst-veldheer, die beleg voert tegen de Dood. De aansluitende uitbundige koorfuga die volgt, kolkt van vreugde. Dan zijn de solisten aan de beurt, die in de eerste drie solo-delen slechts ondersteund worden door een baslijn met akkoorden, de zogenaamde basso continuo. De bas profeteert in een dramatisch recitatief: als Jezus leeft, dan zullen ook zijn volgers weer tot leven komen. In een stoere aria wordt Jezus’ koningsschap nog eens onderstreept. De tenor trekt in zijn aria, waarin alle strijkers voor het eerst weer meespelen, de boodschap terug naar de mensen: de sterfelijke voorouder van ons mensen, Adam, moet vergaan zodat er een nieuwe onsterfelijke mens kan ontstaan ‘die naar God geschapen is’. Een gepassioneerd recitatief gaat over in een bijzonder zoetgevooisde aria voor sopraan, waarin het verlangen naar transformatie een hoogtepunt bereikt: ‘laat mij op engelen lijken’, bidt de zangstem vurig.

Het slotkoraal van de cantate is overweldigend. Bij een gewone cantate is het slotkoraal vaak enigszins sober: vier stemmen, versterkt door het orkest. Maar bij hoogfeesten voegt Bach vaak een tegenstem toe in de hoogste partij. Dat doet hij ook hier, met groot effect: een ijle, hoge vioollijn spant zich schitterend boven het koraal uit, als een sterrenhemel. De apostel Paulus schreef al: “De schittering van een hemellichaam is anders dan die van een aards lichaam.”

 

Achtergrondvideo's

Teksten

Origineel

1. Sonata

2. Chor
Der Himmel lacht! Die Erde jubilieret
und was sie trägt in ihrem Schoß.
Der Schöpfer lebt! Der Höchste triumphieret
und ist von Todesbanden los.
Der sich das Grab zur Ruh erlesen,
der Heiligste kann nicht verwesen.

3. Rezitativ (B)
Erwünschter Tag! Sei, Seele, wieder froh!
Das A und O,
der erst und auch der letzte,
den unsre schwere Schuld
in Todeskerker setzte,
ist nun gerissen aus der Not!
Der Herr war tot,
und sieh, er lebet wieder!
Lebt unser Haupt, so leben auch die Glieder!
Der Herr hat in der Hand
des Todes und der Höllen Schlüssel!
Der sein Gewand
blutrot bespritzt in seinen bittern Leiden,
will heute sich mit Schmuck und Ehren kleiden.

4. Aria (B)
Fürst des Lebens, starker Streiter,
hochgelobter Gottessohn!
hebet dich des Kreuzes Leiter
auf den höchsten Ehrenthron?
Wird, was dich zuvor gebunden,
nun dein Schmuck und Edelstein?
Müssen deine Purpurwunden
deiner Klarheit Strahlen sein?

5. Rezitativ (T)
So stehe dann, du gottergebne Seele,
mit Christo geistlich auf!
Tritt an den neuen Lebenslauf!
Auf! von den toten Werken!
Laß, daß dein Heiland in dir lebt,
an deinem Leben merken!
Der Weinstock, der jetzt blüht,
trägt keine tote Reben!
Der Lebensbaum läßt seine Zweige leben!
Ein Christe flieht
ganz eilend von dem Grabe!
Er läßt den Stein,
er läßt das Tuch der Sünden dahinten
und will mit Christo lebend sein!

6. Aria (T)
Adam muß in uns verwesen,
soll der neue Mensch genesen,
der nach Gott geschaffen ist!
Du mußt geistlich auferstehen
und aus Sündengräbern gehen,
wenn du Christi Gliedmaß bist.

7. Rezitativ (S)
Weil dann das Haupt sein Glied
natürlich nach sich zieht,
so kann mich nichts von Jesu scheiden.
Muß ich mit Christo leiden,
so werd ich auch nach dieser Zeit
mit Christo wieder auferstehen
zur Ehr und Herrlichkeit
und Gott in meinem Fleische sehen.

8. Aria (S)
Letzte Stunde, brich herein,
mir die Augen zuzudrükken!
Laß mich Jesu Freudenschein
und sein helles Licht erblikken!
Laß mich Engeln ähnlich sein!
Letzte Stunde, brich herein!

9. Choral
So fahr ich hin zu Jesu Christ,
mein Arm tu ich ausstrecken;
so schlaf ich ein und ruhe fein;
kein Mensch kann mich aufwecken,
denn Jesus Christus, Gottes Sohn,
der wird die Himmelstür auftun,
mich führn zum ewgen Leben.


Vertaling

1. Sonata

2. Koor
De hemel lacht, de aarde juicht
en wat zij draagt in haar schoot;
de Schepper leeft, de Hoogste triomfeert
en is vrij van de boeien van de dood.
Hij die het graf als rustplaats heeft verkozen,
de Allerheiligste, kan niet vergaan.

3. Recitatief (B)
Gewenste dag! Wees weer blij, o ziel!
De alfa en omega,
de eerste en ook de laatste,
die door onze zware schuld
in de doodskerker werd gezet,
is nu uit de nood bevrijd!
De Heer was dood,
en kijk, hij leeft weer!
Als ons Hoofd leeft, dan leven ook de ledematen.
De Heer heeft in zijn hand
de sleutels van de dood en van de hel!
Hij wiens gewaad
bloedrood bespat is in zijn bittere lijden,
zal zich vandaag met sier en eer kleden.

4. Aria (B)
Vorst des levens, sterke strijder,
hooggeprezen Zoon van God!
Tilt de ladder van het kruis
u op naar de hoogste eretroon?
Wordt dat wat u eerst nog ketende
nu uw sier en edelsteen?
Moeten uw purperen wonden
de stralen van uw helderheid zijn?

5. Recitatief (T)
Sta dan, o aan God toegewijde ziel,
met Christus geestelijk op!
Begin je nieuwe levensloop!
Kom! Verlaat de dode werken!
Laat aan je leven merken
dat de Heiland in je leeft!
De wijnstok die nu bloeit
draagt geen dode ranken!
De levensboom laat zijn takken leven!
Een christen ontvlucht
zijn graf razendsnel!
Hij laat de steen,
hij laat de doek van de zonden achter
en wil met Christus levend zijn!

6. Aria (T)
Adam moet in ons vergaan
wil de nieuwe mens genezen,
die naar Gods beeld is geschapen.
Je moet geestelijk opstaan
en de zondegraven verlaten
als je een lidmaat van Christus bent.

7. Recitatief (S)
Omdat het Hoofd zijn ledematen
natuurlijk meeneemt,
kan niets mij van Jezus scheiden.
Als ik met Christus moet lijden,
dan zal ik na deze tijd
ook met Christus weer opstaan
tot eer en heerlijkheid
en God zien in mijn vlees.

8. Aria (S)
Laatste uur, kom
mijn ogen dichtdrukken!
Laat mij het vreugdeschijnsel van Jezus
en zijn heldere licht zien,
laat mij op engelen lijken!
Laatste uur, kom!

9. Koraal
Dan ga ik heen naar Jezus Christus,
ik strek mijn armen uit;
dan slaap ik in en rust zacht,
geen mens kan mij wekken,
want Jezus Christus, Gods zoon,
die zal de hemelpoort openen,
mij naar het eeuwige leven leiden.

vertaling © Ria van Hengel, mei 2026

Credits

  • Publicatiedatum
    9 april 2026
  • Opnamedatum
    5 november 2023
  • Locatie
    Grote Kerk Naarden
  • Dirigent
    René Jacobs
  • Sopraan
    Isabel Schicketanz
  • Tenor
    Thomas Hobbs
  • Bas
    Edward Grint
  • Ripiënisten sopraan
    Lauren Armishaw, Amelia Berridge, Marta Paklar, Anna Bachleitner
  • Ripiënisten alt
    Alexander Chance, Sofia Gvirts, Michaela Riener, Emilie Wijers
  • Ripiënisten tenor
    Adriaan De Koster, João Moreira, Immo Schröder
  • Ripiënisten bas
    Hidde Kleikamp, Mitchell Sandler, Jaap van der Wel
  • Viool 1
    Evgeny Sviridov, Sayuri Yamagata, Annelies van der Vegt
  • Viool 2
    Lidewij van der Voort, Lucia Giraudo, Anneke van Haaften
  • Altviool 1
    Femke Huizinga, Ivan Jorge Saez Schwartz
  • Altviool 2
    Deirdre Dowling, Marta Jiménez
  • Cello
    Lucia Swarts, Matyas Virag
  • Contrabas
    Robert Franenberg
  • Hobo
    Rodrigo López Paz
  • Fagot
    Josep Casadellà
  • Trumpet
    Robert Vanryne, Mark Geelen, Christopher Price
  • Cornetto
    Christopher Price
  • Timpani
    Marianna Soroka
  • Orgel
    Siebe Henstra
  • Archiliuto
    Shizuko Noiri
  • Regie en beeldmontage
    Bas Wielenga
  • Muziekopname
    Guido Tichelman, Lilita Dunska, Pim van der Lee
  • Audiomontage en -mix
    Guido Tichelman
  • Camera
    Martin Struijf, Jesper Blok, Tijmen Veerman, Bjorn Tiebout
  • Licht
    Ernst-Jan Thieme, Patrick Galvin, Robert Groendijk, Jason Mulder
  • Regieassistent
    Ferenc Soeteman
  • Settechniek
    Justin Mutsaers
  • Datahandling
    Ruben Kuyl
  • Projectmanager NEP
    Ron Vermeulen
  • Assistent audioregie
    Marloes Biermans
  • Productie concert
    Imke Deters
  • Productie opname
    Wietske Hovingh