Brich entzwei, mein armes Herze
BWV 444 uitgevoerd door Michaela Riener en Menno van Delft
Kasteel Amerongen, Amerongen
Achter de muziek
Toegankelijke eenvoud
Dit ontroerend oprechte lied stelt het gevoel centraal
Brich entzwei, mein armes Herze, BWV 444, is een atypische compositie voor Bach. Het geestelijke lied klinkt heel eenvoudig. In tegenstelling tot de meeste van Bachs virtuoze vocale werken waren geestelijke liederen bedoeld om thuis te worden gezongen. De melodie is helder en klaar: ook met een klein bereik kon je het makkelijk meezingen. De begeleiding was al even toegankelijk: boven een eenvoudige baslijn staan akkoorden afgekort aangegeven. Het lijkt een beetje op hoe popmuzikanten hun muziek noteren. Met een beetje studeren was dit lied dus voor iedereen met een beetje muzikale vorming uit te voeren: alles wat je nodig had was een stem en een laag instrument naar keuze.
Het lied komt uit een boek met 954 geestelijk liederen dat Bachs collega-componist Georg Christian Schemelli uitgaf. De zoon van Schemelli had waarschijnlijk les gehad van Bach op de Thomasschool, waar Bach docent was. Van drie liederen staat vast dat Bach ze schreef, deze BWV 444 hoort bij de twijfelgevallen. Het kan heel goed dat Bach hier alleen de puntjes op de i heeft gezet. Bach zelf maakte het weinig uit: hij ondertekende zijn eigen composities nooit met zijn naam, en sloot altijd af met de letters ‘SDG’, een afkorting voor het Latijnse Soli Deo Gloria: alleen aan God de eer.
De ontroerend oprechte tekst is makkelijk te begrijpen. Het is een klaagzang die klinkt als een lofzang. Het onderwerp is Jezus’ dood, maar in de harmonieën hoor je de zonnestralen van zijn opstanding. De persoonlijke toon past bij een theologische beweging die in Bachs tijd steeds meer invloed kreeg: het piëtisme, waarin het gevoel van de gelovige en het vrome leven centraal stonden.
Musicalisches Gesang-Buch G.C. Schemelli
Liedboeken voor privégebruik waren in de achttiende eeuw een belangrijke tool voor eenvoudige, huiselijke devotie. Zo verschenen van Johann Freylinghausens Geistreiches Gesangbuch maar liefst 17 edities tussen 1704 en 1734. Twee jaar later lanceerde piëtist Georg Christian Schemmel alias Schemelli zijn eigen gezangboek met niet minder dan 954 gezangen, waarvan 69 met melodie, tekstbegin en baslijn. Om de concurrentie voorbij te streven, betrok hij misschien wel de beroemdste muziekconsulent ooit, én de muziekleraar van zijn zoontje: Bach. Van de 21 originele melodieën in de bundel (BWV 439-509) worden er na intensief onderzoek nog maar drie met zekerheid toegeschreven aan de Thomascantor: BWV 452, 478 en 505; de andere zijn begeleidingen, herwerkingen en verbeteringen. Bachs precieze rol in Schemelli’s Gesangbuch zal wel altijd een mysterie blijven.
Achtergrondvideo's
Teksten
Origineel
1.
Brich entzwei, mein armes Herze,
mein armes Herze, brich entzwei
ach mein Schmerz! der große Schmerze
der ist so viel und mancherlei
der Himmel zittert,
die Erde schüttert.
Ach Not! Ach Not! Ach Not!
Jesulein, mein Schatz, ist tot,
mein Schatz ist tot!
6.
Lasse, Welt, itzt Lust und Trinken,
ach! weinet vielmehr, die ihr lebt,
itzund muss der König sinken,
der über alles lebt und schwebt,
die toten Frommen,
die müssen kommen.
Ach Not! Ach Not! Ach Not!
Jesulein, mein Schatz, ist tot,
mein Schatz ist tot!
7.
Jesulein, mein Schatz und Leben,
hier bring ich mein Herz, nimm es an,
das soll sich der Welt begeben,
soll weinen, heulen was es kann,
so lang sichs reget
und sich beweget.
Ach Not! Ach Not! Ach Not!
Jesulein, mein Schatz, ist tot,
mein Schatz ist tot!
8.
Jesulein, mein Schatz, ist blieben,
ach! jämmerlich an einem Pfahl.
Ach, mein Schatz! den ich muss lieben
in Ewigkeit und überall,
den ich muss missen
und nicht mehr küssen.
Ach Not! Ach Not! Ach Not
Jesulein, mein Schatz, ist tot,
mein Schatz ist tot!
Vertaling
1.
Breek in stukken, mijn arme hart,
mijn arme hart, breek in stukken.
Ach, mijn pijn! die grote pijn,
die is zo erg en zo veelsoortig,
de hemel beeft,
de aarde schokt.
Ach nood! Ach nood! Ach nood!
Jezuslief, mijn schat, is dood,
mijn schat is dood!
6.
Houd nu, wereld, op met plezier en drinken,
ach!, huil maar liever, o levenden,
nu moet de koning verzinken
die boven alles leeft en zweeft,
de dode vromen,
die moeten komen.
Ach nood! Ach nood! Ach nood!
Jezuslief, mijn schat, is dood,
mijn schat is dood!
7.
Jezuslief, mijn schat, mijn leven,
hier breng ik mijn hart, neem het aan,
het moet afstand doen van de wereld,
moet wenen, huilen wat het maar kan,
zolang het zich verroert
en zich beweegt.
Ach nood! Ach nood! Ach nood!
Jezuslief, mijn schat, is dood,
mijn schat is dood!
8.
Jezuslief, mijn schat, is gestorven
ach, jammerlijk aan een paal.
Ach, mijn schat die ik moet liefhebben
in eeuwigheid en overal,
die ik moet missen
en niet meer kan kussen.
Ach nood! Ach nood! Ach nood!
Jezuslief, mijn schat, is dood,
mijn schat is dood!
Vertaling © Ria van Hengel
Credits
-
- Publicatiedatum
- 26 maart 2026
-
- Opnamedatum
- 2 april 2025
-
- Locatie
- Kasteel Amerongen, Amerongen
-
- Mezzosopraan
- Michaela Riener
-
- Orgel
- Menno van Delft
-
- Calcant
- Joop Muller
-
- Regie en beeldmontage
- Onno van Ameijde
-
- Muziekopname
- Guido Tichelman, Pim van der Lee
-
- Audiomontage en -mix
- Guido Tichelman
-
- Camera
- Onno van Ameijde, Rieks Soepenberg, Joost Kuiper
-
- Licht
- Patrick Galvin
-
- Datahandling
- Stefan Ebels
-
- Assistent audioregie
- Marloes Biermans
-
- Productie
- Lisanne Marlou de Kok