Wie wohl ist mir

Wie wohl ist mir

BWV 517 uitgevoerd door Viola Blache,
Mieneke van der Velden en Mike Fentross
in de Philharmonie Haarlem

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Teksten
Teksten
Credits
Credits

Gekooide zanger

Anna Magdalena Bach kon in Leipzig haar beroep niet meer in het openbaar uitoefenen.

Niemand kijkt er tegenwoordig van op: vrouwen die Bachs muziek zingen. Terwijl we natuurlijk wel weten dat het in de achttiende eeuw minder gebruikelijk was. De religieuze cantates werden in Leipzig door de jongens van het koor van de Thomaskerk gezongen. Een enkele heel virtuoze cantate (zoals BWV 51) was misschien voor een vrouwelijke zangeres of een castraatzanger uit Dresden bedoeld. Toch was het niet in heel Duitsland de gewoonte om met koren van enkel mannen en jongens te werken. Johann Mattheson, kapelmeester in Hamburg, liet al in 1715 vrouwen in het koor van de kathedraal te zingen.

Dit lied, Wie wohl ist mir, is een van de liederen in het muziekboek voor Anna Magdalena Bach, Johann Sebastians echtgenote. Anna Magdalena had volgens Bach zelf een goede sopraanstem en was in eerste instantie een professionele zangeres. Voor het echtpaar naar Leipzig verhuisde, stond ze met een goed salaris als sopraan op de loonlijst van het hof in Köthen. In Leipzig had ze veel minder gelegenheid om in het openbaar te zingen. Een uitzondering kwam toen het echtpaar Bach in 1729 terug naar Köthen reisde voor de uitvaartplechtigheden voor prins Leopold von Anhalt-Köthen. Bach verzorgde de muziek, waarvoor hij onder andere delen uit de Matthäus-Passion hergebruikte. In de kerk in Leipzig kon het niet, maar nu werden de sopraanaria’s door Anna Magdalena gezongen.

De muziek van Wie wohl ist mir, een tekst uit 1692 van Johann Christoph Dressler, is opgezet als een vrij eenvoudig koraal voor sopraan en basso continuo. Of het een werkje van Johann Sebastian zelf is, is niet zeker. De muziek zou ook zo maar door Anna Magdalena zelf gecomponeerd kunnen zijn. In ieder geval heeft ze het waarschijnlijk alleen thuis gezongen. Matthesons initiatief vond maar langzaam navolging. In andere kerken in Hamburg, en ook in Leipzig, mochten vrouwen ook jaren later nog steeds niet zingen. Mattheson begreep het niet. Priesters waren eerst ook tegen pruiken, schreef hij, terwijl ze die nu zelf ook droegen. “So verändern sich die Meinungen”, verzuchtte hij, maar blijkbaar niet rond vrouwen in de kerk.

De Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach
Kort na hun aankomst in Leipzig in 1723 ontpopten Johann Sebastian en Anna Magdalena Bach zich tot een cultureel power couple. Anna Magdalena gaf weliswaar haar succesvolle publieke zangcarrière op, maar daarentegen runde ze samen met haar man een druk muziekbedrijf, naast een groot en groeiend gezin. We hebben minstens twee tastbare sporen van hun huwelijkse relatie in de vorm van twee Notenbüchlein uit 1722 en 1725.

Was het eerste Notenbüchlein nog vooral een soort proef-schriftje met bijvoorbeeld vroege versies van vijf ‘Franse’ suites (en wie weet wat nog, want tweederde van de pagina’s ontbreekt), het tweede gaf Johann Sebastian zijn vrouw duidelijk als cadeau. In netschrift noteerde hij twee Partita’s en verder allerlei muziek naar Anna Magdalena’s eigen keuze, zoals de aria van de Goldbergvariaties, het lied Dir, dir Jehova, BWV 452 en ook muziek van componisten als Couperin en Anna Magdalena’s stiefzoon Carl Philipp Emanuel. Samen vormen de Notenbüchlein een bonte mix van aria’s, koralen en suites.

BWV
517
Titel
Wie wohl ist mir
Instrument
Gamba, Luit, Sopraan
Genre
liederen en aria's
Jaartal
ca. 1733-34
Stad
Leipzig
Tekstdichter
Wolfgang Christoph Dressler

Achtergrondvideo's

Teksten

Origineel

Wie wohl ist mir, o Freund der Seelen,
wenn ich in deiner Liebe ruh.
Ich steige aus der Schwermuthshöhlen
und eile deinen Armen zu,
da muß die Nacht des Traurens scheiden,
wenn mit so angenehmen Freuden
die Liebe strahlt aus deiner Brust.
Hier ist mein Himmel schon auf Erden,
wer wollte nicht vergnüget werden,
der in dir suchet Ruh und Lust.

Der Tod mag andern düster scheinen,
mir nicht, weil Seele, Herz und Muth
in dir, der du verlässest keinen,
o allerliebstes Leben, ruht.
Wen kann des Weges End erschrecken,
wenn er aus mördervollen Hecken
gelanget in die Sicherheit?
Mein Licht, so will ich auch mit Freuden
aus dieser finstern Wildniß scheiden
zu deiner Ruh der Ewigkeit.

Vertaling

Wat voel ik me goed, o zielenvriend,
als ik in uw liefde rust.
Ik klim uit de grot van de zwaarmoedigheid
en haast mij naar uw armen,
de nacht van het verdriet moet wel verdwijnen,
als de liefde zo vreugdevol
stralend uit uw hart komt.
Hier is mijn hemel al op aarde,
wie zou zich niet verheugen
als hij in u rust en vreugde zoekt.

Anderen vinden de dood misschien iets sombers,
ik niet, want mijn ziel, hart en gemoed
rusten in u, die niemand zal verlaten,
o allerliefst leven.
Wie zou het levenseinde vrezen als hij
vanuit het struikgewas waar de moordenaars huizen
de veilige haven bereikt?
Mijn licht, ik wil dan ook vol vreugde
deze duistere wildernis verlaten
om naar uw eeuwige rust te gaan.

vertaling © Ria van Hengel

Credits

  • Publicatiedatum
    7 juli 2022
  • Opnamedatum
    4 juni 2021
  • Locatie
    Philharmonie, Haarlem
  • Sopraan
    Viola Blache
  • Viola da gamba
    Mieneke van der Velden
  • Theorbe
    Mike Fentross
  • Regie, camera
    Robin van Erven Dorens
  • Muziekopname
    Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt
  • Audiomontage en -mix
    Guido Tichelman
  • Camera
    Onno van der Wal
  • Licht
    Ernst-Jan Thieme
  • Best boy
    Jordi Kooij
  • Datahandling
    Stefan Ebels
  • Assistent audioregie
    Marloes Biermans
  • Productie
    Jessie Verbrugh
  • Ter nagedachtenis aan
    Roger, Francine, Margareth
Help ons All of Bach te voltooien Help ons All of Bach te voltooien

Help ons All of Bach te voltooien

Een groot deel moet nog opgenomen worden voordat het gehele oeuvre van Bach online staat. Dit redden we niet zonder financiële steun van donateurs. Help ons de muzikale nalatenschap van Bach te voltooien en steun ons met een gift!