Partita nr. 3 in a klein
BWV 827 uitgevoerd door Menno van Delft
in het Huis Bartolotti, Amsterdam
Achter de muziek
Lichtvoetig
Van de huiskamer de wereld in
In zijn traktaat over het klavierspel schreef Johann Sebastians zoon Carl Philipp Emanuel ook over het klavichord. Het grote vleugelvormige klavecimbel “gebruikt men in het algemeen voor luide muziek”, het klavichord, daarentegen, “om alleen te spelen”. Onder de eigenschappen van een goed klavichord noemde hij dat het moet kunnen verdragen “dat men het zowel stevig kan indrukken als kan strelen, en daardoor in staat wordt gesteld alle soorten forte en piano helder en duidelijk voort te brengen”.
De oorsprong van deze Partita in a klein ligt in de huiselijke sfeer van “alleen spelen”: het is het openingswerk in het tweede muziekboek dat Bach in 1725 samenstelde voor zijn vrouw Anna Magdalena. Precies de context voor een klavichord. Ook de muziek zelf is, letterlijk, losser van vorm dan normaal. Niet alleen begint het werk met een Fantasia, maar later volgen achter elkaar een ongebruikelijke Burlesca (van het Italiaanse burlare: lol maken, voor de gek houden) met grote sprongen voor de linkerhand, en een Scherzo (van het Italiaanse scherzare: dollen, grappen maken). Lichtvoetig plezier voor thuis.
Later werd de Partita in a klein, BWV 827, als derde van Bachs set van zes partita’s (een ander woord voor suites) uitgegeven. De tweede en derde partita werden in september 1727 aangekondigd in een advertentie in een Leipzigse krant. Niet alleen bij Bach zelf kon je een exemplaar kopen, maar ook bij collega musici in Dresden, Halle, Lüneburg, Wolfenbüttel, Neurenberg en Augsburg. Niet alleen muziek voor zijn eigen huiskamer dus, maar werk waarmee hij zich aan de wereld wilde presenteren.
Dankzij de hedendaagse opnametechnieken is een nieuwe rol voor het klavichord ontstaan. Menno van Delft kan – zonder publiek in Huis Bartolotti – zo zacht spelen als hij wil, en toch een groot publiek bereiken. Zo is het klavichord misschien nog steeds vooral “om alleen te spelen”, maar kunnen we vanuit onze huiskamers wel allemaal meeluisteren.
Het Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach
Kort na hun aankomst in Leipzig in 1723 ontpopten Johann Sebastian en Anna Magdalena Bach zich tot een cultureel power couple. Anna Magdalena gaf weliswaar haar succesvolle publieke zangcarrière op, maar daarentegen runde ze samen met haar man een druk muziekbedrijf, naast een groot en groeiend gezin. We hebben minstens twee tastbare sporen van hun huwelijkse relatie in de vorm van twee Notenbüchlein uit 1722 en 1725.
Was het eerste Notenbüchlein nog vooral een soort proef-schriftje met bijvoorbeeld vroege versies van vijf ‘Franse’ suites (en wie weet wat nog, want tweederde van de pagina’s ontbreekt), het tweede gaf Johann Sebastian zijn vrouw duidelijk als cadeau. In netschrift noteerde hij twee Partita’s en verder allerlei muziek naar Anna Magdalena’s eigen keuze, zoals de aria van de Goldbergvariaties, het lied Dir, dir Jehova en ook muziek van componisten als Couperin en Anna Magdalena’s stiefzoon Carl Philipp Emanuel. Samen vormen de Notenbüchlein een bonte mix van aria’s, koralen en suites.
Met steun van
Stichting Elise Mathilde Fonds
Achtergrondvideo's
Teksten
Origineel
Vertaling
Credits
-
- Publicatiedatum
- 7 oktober 2021
-
- Opnamedatum
- 12 mei 2018
-
- Locatie
- Huis Bartolotti, Amsterdam
-
- Klavichordist
- Menno van Delft
-
- Regie, camera en licht
- Gijs Besseling
-
- Muziekopname
- Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt
-
- Audiomontage en -mix
- Guido Tichelman
-
- Camera, licht
- Nina Badoux
-
- Camera- en lichtassistentie
- Eline Eestermans
-
- Interview
- Onno van Ameijde, Marloes Biermans
-
- Productie
- Jessie Verbrugh
-
- Met steun van
- Stichting Elise Mathilde Fonds