Das Wohltemperirte Clavier I nr. 3 in Cis groot

Das Wohltemperirte Clavier I nr. 3 in Cis groot

BWV 848 uitgevoerd door Patrick Ayrton
in zijn huis in Culles-les-Roches, Frankrijk

  • Menu
  • 1. Prelude
  • 2. Fuga

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Achtergrondvideo's
Achtergrondvideo's
Credits
Credits

Mind game

Een moeilijke, mysterieuze en problematische toonsoort.

Het is de meest onmogelijke toonsoort uit het hele Wohltemperirte Clavier: Cis groot. Niet minder dan zeven kruizen staan aan het begin van iedere notenbalk. Bovendien is het een onnodig ingewikkelde toonsoort. In plaats van zeven kruisen kun je precies dezelfde toonhoogte namelijk ook met vijf mollen opschrijven: als Des groot. De muziektheoreticus Johann David Heinichen schaarde Cis groot in 1728 daarom onder de “overbodige toonsoorten”. Bach speelt hier bewust een spelletje met het hoofd van de toetsenist: de instinctieve overeenkomst tussen de zwarte bolletjes op papier en de vingers op de toetsen klopt niet meer.

In 1728 schreef Johann David Heinichen dat het “volstrekt niet gebruikelijk” was om in Fis groot en Cis groot te componeren. En jaren later nog, in 1795, vond een andere schrijver dat die toonsoorten pasten bij “de huivering van verborgen Perzische sultans of demonen”. Het waren toonsoorten die “aan de grenzen van de muzikale wereld” bleven. Cis groot bleef inderdaad nog jaren na Bachs tijd uiterst zeldzaam. En dan is er natuurlijk nog de kwestie hoe Cis groot überhaupt “goed gestemd” kan klinken. Moeilijk, mysterieus, en problematisch dus.

 Toch is de Prelude een toonbeeld van welluidende eenvoud en heeft de Fuga een van de meest opgewekte thema’s uit het hele Wohltemperirte Clavier. Bach zat duidelijk meer in de hoek van Johann Mattheson. Die voorspelde het in 1719 al: over een paar honderd jaar zullen musici Cis groot net zo makkelijk spelen als de huidige dorpsorganisten nu C groot.

Das Wohltemperirte Clavier, BWV 846-893
48 klavierstukken in alle 24 toonsoorten: dat was het soort uitdaging waar Bach van genoot. In elk van de twee delen van het Wohltemperirte Clavier bracht hij 24 keer het muzikale koppel prelude en fuga samen, twaalf in mineur, twaalf in majeur. In de preludes liet hij zijn fantasie de vrije loop, om in de fuga’s zijn mathematische hoogstandjes te verrichten. In tegenstelling tot de ijzeren discipline waarmee Bach zich voor zijn kerkelijke composities moest inzetten, kon hij zich hier overgeven aan intellectuele Spielerei zonder klemmende deadlines.

Het eerste deel van het Wohltemperirte Clavier stamt uit 1722, maar bevat muziek die deels al in de vijf jaar daarvoor werd geschreven. De ontstaansgeschiedenis van deel twee is minder helder: pas rond 1740 stelde hij dit tweede manuscript samen, maar opnieuw dateert een deel van de erin opgenomen preludes en fuga’s uit een veel eerdere periode. De doelgroep van deze verzameling stukken omschreef Bach zelf als volgt: ‘Zum Nutzen und Gebrauch der Lehr-begierigen Musicalischen Jugend, als auch dere in diesem studio schon habil seyenden besonderem ZeitVertreib.’ (‘Zowel ter lering van de ijverige muzikale jeugd als ter vermaak van de in deze materie al onderlegden.’)

BWV
848
Titel
Prelude en fuga in Cis groot
Bijnaam
nr. 3 uit Das Wohltemperirte Clavier I
Instrument
Klavecimbel
Genre
klavierwerken
Serie
Das Wohltemperirte Clavier
Jaartal
1722 of eerder
Stad
Köthen (of Weimar?)

Achtergrondvideo's

Klavecinist Patrick Ayrton

“De fuga heeft voor mij het meest blije en opgewekte thema dat Bach ooit heeft geschreven.”

Teksten

Origineel

Vertaling

Credits

  • Publicatiedatum
    26 juli 2019
  • Opnamedatum
    16 april 2018
  • Locatie
    Culles-les-Roches, Frankrijk
  • Klavecinist
    Patrick Ayrton
  • Regie en interview
    Jan Van den Bossche
  • Muziekopname, -montage en -mix
    Guido Tichelman
  • Camera
    Gijs Besseling
  • Productie
    Jessie Verbrugh