Das Wohltemperirte Clavier I nr. 10 in e klein

Das Wohltemperirte Clavier I nr. 10 in e klein

BWV 855 uitgevoerd door Frédérick Haas
in zijn huis in Brussel

  • Menu
  • 1. Prelude
  • 2. Fuga

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Achtergrondvideo's
Achtergrondvideo's
Credits
Credits

Draaikolk in mineur

Even gloort er hoop, maar dat is om ons op het verkeerde been te zetten.

Beklemming, dat spreekt uit deze prelude en fuga. Vaak zie je dat wat Bach in de ene hand beweert, door de andere hand wordt tegengesproken. Maar daarvan is hier niets te bespeuren: aan het zwelgen in deze gemoedstoestand doen beide handen van harte mee. Sterker nog, de bas is hier de kwade genius, want halverwege de prelude sleurt die de tot dan toe lyrische bovenstem opeens mee in een dolle werveling. Dat is het moment waarop je het vermoeden krijgt dat deze onheilszwangere draaikolk in mineur geen goede afloop beschoren is. Weliswaar gloort er hoop, met een majeurakkoord aan het slot van de prelude, maar dat is om ons op het verkeerde been te zetten. Wat je beseft zodra de fuga vol razernij van start gaat. De vreemde octaafparallellen die plots opduiken geven de atmosfeer zelfs iets platgeslagens, iets doods. Het is duidelijk: wie door e klein bevangen wordt, speelt met vuur.

Das Wohltemperirte Clavier, BWV 846-893
48 klavierstukken in alle 24 toonsoorten: dat was het soort uitdaging waar Bach van genoot. In elk van de twee delen van het Wohltemperirte Clavier bracht hij 24 keer het muzikale koppel prelude en fuga samen, twaalf in mineur, twaalf in majeur. In de preludes liet hij zijn fantasie de vrije loop, om in de fuga’s zijn mathematische hoogstandjes te verrichten. In tegenstelling tot de ijzeren discipline waarmee Bach zich voor zijn kerkelijke composities moest inzetten, kon hij zich hier overgeven aan intellectuele Spielerei zonder klemmende deadlines.

Het eerste deel van het Wohltemperirte Clavier stamt uit 1722, maar bevat muziek die deels al in de vijf jaar daarvoor werd geschreven. De ontstaansgeschiedenis van deel twee is minder helder: pas rond 1740 stelde hij dit tweede manuscript samen, maar opnieuw dateert een deel van de erin opgenomen preludes en fuga’s uit een veel eerdere periode. De doelgroep van deze verzameling stukken omschreef Bach zelf als volgt: ‘Zum Nutzen und Gebrauch der Lehr-begierigen Musicalischen Jugend, als auch dere in diesem studio schon habil seyenden besonderem ZeitVertreib.’ (‘Zowel ter lering van de ijverige muzikale jeugd als ter vermaak van de in deze materie al onderlegden.’)

BWV
855
Titel
Prelude en fuga in e klein
Bijnaam
nr. 10 uit Das Wohltemperirte Clavier I
Instrument
Klavecimbel
Genre
klavierwerken
Serie
Das Wohltemperirte Clavier
Jaartal
1722 of eerder
Stad
Köthen (of Weimar?)

Achtergrondvideo's

Klavecinist Frédérick Haas

“Frédérick Haas: E klein is een van de meest spanningsvolle toonsoorten.”

Teksten

Origineel

Vertaling

Credits

  • Datum
    17 augustus 2015
  • Locatie
    Brussel
  • Klavecinist
    Frédérick Haas
  • Klavecimbel
    Henri Hemsch, 1751
  • Regie
    Jan Van den Bossche, Hanna Schreuders
  • Camera en beeldmontage
    Gijs Besseling
  • Muziekopname, -montage en –mix
    Guido Tichelman
  • Productie
    Hanna Schreuders, Jessie Verbrugh