Cellosuite nr. 1 in G groot

Cellosuite nr. 1 in G groot

BWV 1007 uitgevoerd door Lucia Swarts
Rijksmuseum, Amsterdam

  • Intro
  • 1. Prelude
  • 2. Allemande
  • 3. Courante
  • 4. Sarabande
  • 5. Menuet I & II
  • 6. Gigue

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Achtergrondvideo's
Achtergrondvideo's
Credits
Credits

Schijnbare inconsequentie

De zes cellosuites van Bach zijn overgeleverd in een prachtig handschrift van Bachs vrouw, dat veel vragen oproept.

De bekendste cellosuite is meteen de eerste. In mild stralend G groot begint de cellist de beroemde en troostrijke prelude. In de eerste maten domineren de losse snaren G, D en A, met grote resonantie tot gevolg. Deze meest vriendelijke suite is geschikt voor beginners en amateurs, al zien ook professionals zich voor uitdagingen gesteld. Hoe wordt bijvoorbeeld de climax vóór het slot van de prelude opgebouwd, heftig of gelijkmatig stromend? En wat te doen met de streken? In het handschrift van Anna Magdalena Bach, waarin deze suites zijn overgeleverd, zijn de boogjes boven en onder de noten zeer losjes en schijnbaar inconsequent genoteerd. Slordig, of wilde de componist juist maximale variatie in de groepering van de noten?
De suite volgt het traject dat in de daaropvolgende suites grotendeels gelijk blijft: een vrije prelude, gevolgd door een snelle Allemande en Courante, een contemplatieve Sarabande, een Menuet met een uitstapje naar mineur, en een afsluitende Gigue op snelheid.  

Zes cellosuites
De Zes cellosuites van Johann Sebastian Bach behoren tot het Oude Testament van de celloliteratuur. Elke cellist die de muziek voor zich heeft, voelt meteen hoe vanzelfsprekend de noten rond de snaren van het instrument zijn gedrapeerd. Toch zijn er veel vragen en discussies over deze Suites a Violoncello Solo senza Basso: schreef Bach de muziek wel echt (alleen) voor cello? Wanneer schreef hij deze muziek, aan het hof van Köthen of al eerder? Zelfs het auteurschap wordt soms betwijfeld. Al zijn de claims dat Anna Magdalena Bach, in wier handschrift het enige manuscript is overgeleverd, zélf de auteur zou zijn, bijna niet serieus te nemen.
De suites leggen een route af van eenvoud naar toenemende virtuositeit: van de veelal open snaren van de eerste drie suites, via het meer complexe Es groot van de enigmatische Vierde, naar de donkere Vijfde suite die van de cellist vraagt om de hoogste snaar een toon lager te stemmen. De Zesde suite is het meest uitzonderlijk, want deze vraagt om een instrument met vijf snaren – wellicht de viola pomposa, of anders de cello piccolo.

BWV
1007
Titel
Suite nr. 1 in G groot
Instrument
Cello
Genre
kamermuziek
Serie
Zes cellosuites
Jaartal
tussen 1717 en 1723
Stad
Köthen

Achtergrondvideo's

Cellist Lucia Swarts over haar instrument

“Zonder 'm gezien te hebben kocht Lucia Swarts haar cello, een Pieter Rombouts uit 1705. Ze vertelt over de zoektocht naar de mooie, eerlijke klank die 'de dikke dame' nu heeft.”

Cellist Lucia Swarts over de eerste cellosuite

“Er zit veel temperament in, en emotie. Maar aan de andere kant is het ook heel helder, misschien hoofs.”

Cellist Lucia Swarts over het manuscript

“Van de cellosuites is geen handschrift van Bach zelf overgeleverd. Lucia Swarts speelt uit de kopie van zijn vrouw Anna Magdalena, dat niet altijd even duidelijk is...”

Teksten

Origineel

Vertaling

Credits

  • Publicatiedatum
    28 november 2014
  • Opnamedatum
    30 juni 2014
  • Locatie
    Rijksmuseum, Amsterdam
  • Cellist
    Lucia Swarts
  • Cello
    Pieter Rombouts, 1705
  • Productie
    Frank van der Weij
  • Filmregie
    Margien Rogaar
  • Director of photography
    Sal Kroonenberg
  • Licht
    Nicholas Burrough
  • Grip
    Antoine Petiet
  • Muziekregie en opname
    Leo de Klerk
  • Beeldmontage
    Michiel Boesveldt
  • Make up en haar
    Trudy Buren
  • Productie-assistentie
    Judith Hulsbosch
  • Camera-assistent
    Suzanne Bakker
  • Licht-assistentie
    Alban Riphagen, Sam Du Pon
  • Muziekmontage en mix
    Leo de Klerk, Frank van der Weij
  • Kleurcorrectie
    Rachel Stone
  • Interviews
    Onno van Ameijde
  • Met dank aan
    Mark Colly, Henk Hermanns, Janina Bleekemolen, Jasper Verkaart, Rijksmuseum