Wer Dank opfert, der preiset mich

Wer Dank opfert, der preiset mich

BWV 17 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging
onder leiding van Johanna Soller
Grote Kerk, Naarden

  • Menu
  • 1. Wer Dank opfert, der preiset mich - Koor
  • 2. Es muß die ganze Welt - Recitatief (A)
  • 3. Herr, deine Güte reicht - Aria (S)
  • 4. Einer aber unter ihnen - Recitatief (T)
  • 5. Welch Übermaß der Güte - Aria (T)
  • 6. Sieh meinen Willen an - Recitatief (B)
  • 7. Wie sich ein Vatr erbarmet - Koraal

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Achtergrondvideo's
Achtergrondvideo's
Teksten
Teksten
Credits
Credits

Een verrassend gebrek aan variatie

Bach schreef bewust een ‘eentonige’ cantate om de Bijbelse boodschap te onderstrepen

Net als de luisteraars van nu, waren de kerkgangers in Leipzig na een paar jaar Bach waarschijnlijk gewend geraakt aan variatie. Vooral in zijn cantates lijkt Bach steeds op zoek te zijn naar een nieuwe invalshoek, afwisselende instrumentatie of een onverwachte klankkleur. 

Cantate Wer Dank opfert, der preiset mich, daarentegen, heeft vooral een verrassend gebrek aan variatie. Er is ten eerste geen dramatisch contrast, zoals tussen lijden en vreugde of angst en verlossing: het verheerlijken en prijzen van Gods grootsheid klinkt door de hele cantate heen. Maar ook muzikaal gezien is de verrassing vooral het ontbreken van variatie. Nadat we in het openingskoor twee hobo’s hebben gehoord, verwacht je die in een van de aria’s terug, zoals Bach meestal doet. Maar nee, na de sopraan-aria met strijkinstrumenten, is de aria voor de tenor in karakter en bezetting niet heel verschillend: alweer een uitbundig prijsgezang voor stem en alleen strijkers.

Maar die ‘eentonigheid’ was misschien precies de bedoeling. In de sopraan-aria was de retorische vraag al: hoe kun je anders dan Gods goedheid voortdurend prijzen? En ook de tenor weet niets anders te doen dan Gods lof te zingen. Dat idee stamt uit de Bijbeltekst voor de dag waarop BWV 17 voor het eerst werd uitgevoerd. Die gaat over Jezus’ genezing van tien zieke mannen. Bij hun vertrek draait slechts één van hen zich om, en “toen hij zag dat hij genezen was, keerde hij om en prees God met luider stem”. Die Bijbeltekst is –  letterlijk – de centrale gedachte van BWV 17: het is de tekst van het recitatief voor de tenor dat precies midden in de cantate staat.

Het ‘met luider stem’ prijzen lijkt ook de inspiratie voor het thema van de zangstemmen in het openingskoor. In rap tempo stuwt de melodie omhoog en bereikt zo binnen drie maten al een omvang van anderhalf octaaf. Hoewel het eerste recitatief juist begint met de natuur als stomme getuige van Gods grootsheid, eindigt het met de tong van de mens die zich roert. Een klein verschil met de gedrukte bron waaruit Bach de tekst voor BWV 17 ontleende, suggereert dat dit idee in Bachs hoofd zat: in het recitatief van de bas stond oorspronkelijke de tekst ‘met vrolijk gemoed’, maar dat werd bij Bach ‘met verheugde mond’.

In het slotkoraal ten slotte, klinkt na al het lofprijzen dan, tóch opeens nog verrassend, een zweem van stervensbesef en dood.

Achtergrondvideo's

Maak kennis met Johanna Soller

"Bach is echt een vaste metgezel in mijn leven."

Teksten

Origineel

1. Chor
Wer Dank opfert, der preiset mich,
und das ist der Weg,
daß ich ihm zeige das Heil Gottes.

2. Rezitativ (A)
Es muß die ganze Welt
ein stummer Zeuge werden
von Gottes hoher Majestät,
Luft, Wasser, Firmament und Erden,
wenn ihre Ordnung als in Schnuren geht;
ihn preiset die Natur mit ungezählten Gaben,
die er ihr in den Schoß gelegt,
und was den Odem hegt,
will noch mehr Anteil an ihm haben,
wenn es zu seinem Ruhm
so Zung als Fittich regt.

3. Aria (S)
Herr, deine Güte reicht,
so weit der Himmel ist,
und deine Wahrheit langt,
so weit die Wolken gehen.
Wüßt ich gleich sonsten nicht,
wie herrlich groß du bist,
so könnt ich es gar leicht
aus deinen Werken sehen.
Wie sollt man dich mit Dank
davor nicht stetig preisen?
da du uns willst
den Weg des Heils
hingegen weisen.

4. Rezitativ (T)
Einer aber unter ihnen,
da er sahe, daß er gesund worden war,
kehrete um und preisete Gott
mit lauter Stimme
und fiel auf sein Angesicht zu seinen Füßen
und dankte ihm,
und das war ein Samariter.

5. Aria (T)
Welch Übermaß der Güte
schenkst du mir!
Doch was gibt mein Gemüte dir dafür?
Herr, ich weiß sonst nichts zu bringen,
als dir Dank und Lob zu singen.

6. Rezitativ (B)
Sieh meinen Willen an,
ich kenne, was ich bin:
Leib, Leben und Verstand,
Gesundheit, Kraft und Sinn,
der du mich läßt
mit frohem Mund genießen,
sind Ströme deiner Gnad,
die du auf mich läßt fließen.
Lieb, Fried, Gerechtigkeit
und Freud in deinem Geist
sind Schätz, dadurch du mir
schon hier ein Vorbild weist,
was Gutes du gedenkst
mir dorten zuzuteilen
und mich an Leib und Seel
vollkommentlich zu heilen.

7. Choral
Wie sich ein Vatr erbarmet
übr seine junge Kindlein klein:
so tut der Herr
uns Armen,
so wir ihn kindlich fürchten rein.
Er kennt das arme Gemächte,
Gott weiß, wir sind nur Staub.
Gleich wie das Gras vom Rechen,
ein Blum und fallendes Laub,
der Wind nur drüber wehet,
so ist es nimmer da:
also der Mensch vergehet,
sein End, das ist ihm nah.

Vertaling

1. Koor
Wie dankzegt, die prijst mij
en dat is de weg
waarlangs ik hem het heil van God laat zien.

2. Recitatief (A)
De hele wereld moet
een stille getuige worden
van Gods grote majesteit,
als lucht, water, firmament en aarde
de hun toegemeten orde volgen;
hem prijst de natuur met talloze gaven
die hij in haar schoot heeft gelegd
en dat wat adem heeft
wil nog meer deel aan hem hebben
als het tot zijn eer
zowel tong als vleugel roert.

3. Aria (S)
Heer, uw goedheid
is zo ruim als de hemel,
en uw waarheid reikt
tot waar de wolken gaan.
Als ik al niet zou weten
hoe heerlijk groot u bent,
dan zou ik het gemakkelijk
aan uw werken kunnen aflezen.
Wat kunnen wij anders doen
dan u daarvoor steeds dankbaar prijzen?
Want u wilt 
ons de weg
van het heil wijzen.

4. Recitatief (T)
En één van hen,
toen hij zag dat hij genezen was,
keerde om en prees God
met luider stem
en viel op zijn aangezicht voor zijn voeten neer
en bedankte hem,
en dat was een Samaritaan.

5. Aria (T)
Wat een overvloed aan goedheid
schenkt u mij!
Maar wat geeft mijn hart u daarvoor terug?
Heer, ik weet u niets anders te brengen
dan een lied van dank en lof.

6. Recitatief (B)
Kijk naar mijn wil,
ik weet wat ik ben:
lichaam, leven en verstand,
gezondheid, kracht en geest,
waarvan u mij
met verheugde mond laat genieten,
zijn stromen van uw genade,
die u over mij uitstort.
Liefde, vrede, gerechtigheid
en vreugde in uw Geest
zijn schatten waarmee u mij
hier al een voorproefje geeft
van het goede dat u
mij daarginds wil toebedelen
en van de volledige genezing die u mij
naar lichaam en ziel wil schenken.

7. Koraal
Zoals een vader zich ontfermt
over zijn kleine kinderen,
zo doet de Heer
dat met ons, stakkers,
die hem kinderlijk vrezen.
Hij kent het arme maaksel dat wij zijn,
God weet dat wij slechts stof zijn.
Zoals het gras dat wordt weggeharkt,
een bloem en vallend blad,
de wind hoeft er maar overheen te waaien
en het is er niet meer:
zo vergaat ook de mens,
zijn einde nadert.

vertaling © Ria van Hengel
laatste update augustus 2026


Credits

  • Publicatiedatum
    10 september 2026
  • Opnamedatum
    15 mei 2026
  • Locatie
    Grote Kerk Naarden
  • Dirigent
    Johanna Soller
  • Sopraan
    Carine Tinney
  • Alt
    Alex Potter
  • Tenor
    Daniel Johannsen
  • Bas
    Matthias Winckhler
  • Ripiënisten sopraan
    Marta Paklar, Valérie Stammet
  • Ripiënisten alt
    Sofia Gvirts, Bernadett Nagy
  • Ripiënisten tenor
    João Moreira, Emilio Aguilar
  • Ripiënisten bas
    Matthew Baker, Vincent Berger
  • Viool 1
    Evgeny Sviridov, Kirsti Apajalahti, Ruiqi Ren
  • Viool 2
    Lucia Giraudo, Anneke van Haaften, Annelies van der Vegt
  • Altviool
    Deirdre Dowling, Femke Huizinga
  • Cello
    Albert Brüggen, Luka Stefanovic
  • Contrabas
    Robert Franenberg
  • Hobo
    Rodrigo López Paz, Katharina Verhaar
  • Fagot
    Javier Sánchez Castillo
  • Orgel
    Haru Kitamika
  • Klavecimbel
    Emmanuel Frankenberg
  • Regie en beeldmontage
    Bas Wielenga
  • Muziekopname
    Guido Tichelman, Lilita Dunska, Pim van der Lee
  • Audiomontage en -mix
    Guido Tichelman
  • Dop & datahandling
    Onno van Ameijde
  • Camera
    Onno van Ameijde, Rieks Soepenberg, Caroline Nutby, Jorne Tielemans
  • Licht
    Ernst-Jan Thieme, Patrick Galvin, Jochem Vagevuur, Martijn Schoeber
  • Partituurlezer
    Ferenc Soeteman
  • Settechniek
    Gert-Jan Wieman, Sander Moll
  • Assistent audioregie
    Marloes Biermans
  • Productie concert
    Stephan Esmeijer
  • Productie opname
    Erik Laarman