Johannes-Passion

Johannes-Passion

BWV 245 - 1725 versie
uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging
onder leiding van René Jacobs
Grote Kerk, Naarden

  • Menu
  • 1. O Mensch, bewein dein Sünde groß (Chor)
  • 2a. Jesus ging mit seinen Jüngern (Rezitativ)
  • 2b. Jesum von Nazareth (Chor)
  • 2c. Jesus spricht zu ihnen (Rezitativ)
  • 2d. Jesum von Nazareth (Chor)
  • 2e. Jesus antwortete (Rezitativ)
  • 3. O große Lieb (Choral)
  • 4. Auf dass das Wort (Rezitativ)
  • 5. Dein Will gescheh (Choral)
  • 6. Die Schar aber (Rezitativ)
  • 7. Von den Stricken meiner Sünden (Arie)
  • 8. Simon Petrus aber folgete Jesu (Rezitativ)
  • 9. Ich folge dir gleichfalls (Arie)
  • 10. Derselbige Jünger (Rezitativ)
  • 11. Wer hat dich so geschlagen (Choral)
  • 12. Himmel reiße (Arie)
  • 13a. Und Hannas sandte ihm (Rezitativ)
  • 13b. Bist du nicht (Chor)
  • 13c. Er leugnete aber (Rezitativ)
  • 14. Zerschmettert mich (Arie)
  • 15. Petrus, der nicht denkt zurück (Choral)
  • Jan Pieterszoon Sweelinck - Toccata a1
  • 16. Christus, der uns selig macht (Choral)
  • 17a. Da führeten sie Jesum (Rezitativ)
  • 17b. Wäre dieser nicht einer Übeltäter (Chor)
  • 17c. Da sprach Pilatus zu ihnen (Rezitativ)
  • 17d. Wir dürfen niemand töten (Chor)
  • 17e. Auf dass erfüllet würde das Wort (Rezitativ)
  • 18. Ach großer König (Choral)
  • 19a. Da sprach Pilatus zu ihm (Rezitativ)
  • 19b. Nicht diesen, sondern Barrabam (Chor)
  • 19c. Barrabas aber war ein Mörder (Rezitativ)
  • 20. Ach windet euch nicht so (Arie)
  • 21a. Und die Kriegsknechte flochten (Rezitativ)
  • 21b. Sei gegrüßet, lieber Jüdenkönig (Chor)
  • 21c. Und gaben ihm Backenstreiche (Rezitativ)
  • 21d. Kreuzige, kreuzige (Chor)
  • 21e. Pilatus sprach zu ihnen (Rezitativ)
  • 21f. Wir haben ein Gesetz (Chor)
  • 21g. Da Pilatus das Wort hörete (Rezitativ)
  • 22. Durch dein Gefängnis, Gottes Sohn (Choral)
  • 23a. Die Jüden aber schrieen (Rezitativ)
  • 23b. Lässest du diesen los (Chor)
  • 23c. Da Pilatus das Wort hörete (Rezitativ)
  • 23d. Weg, weg mit dem (Chor)
  • 23e. Spricht Pilatus zu ihnen (Rezitativ)
  • 23f. Wir haben keinen König (Chor)
  • 23g. Da überantwortete er ihn (Rezitativ)
  • 24. Eilt, ihr angefochtnen Seelen (Arie)
  • 25a. Allda kreuzigten sie ihn (Rezitativ)
  • 25b. Schreibe nicht: der Jüden König (Chor)
  • 25c. Pilatus antwortet (Rezitativ)
  • 26. In meines Herzens Grunde (Choral)
  • 27a. Die Kriegsknechte aber (Rezitativ)
  • 27b. Lasset uns den nicht zerteilen (Chor)
  • 27c. Auf daß erfüllet würde (Rezitativ)
  • 28. Er nam alles wohl in acht (Choral)
  • 29. Und von Stund an (Rezitativ)
  • 30. Es ist vollbracht (Arie)
  • 31. Und neiget das Haupt (Rezitativ)
  • 32. Mein teurer Heiland (Arie)
  • 33. Und siehe da (Rezitativ)
  • 34. Mein Herz indem die ganze Welt (Arioso)
  • 35. Zerfließe, mein Herze (Arie)
  • 36. Die Jüden aber (Rezitativ)
  • 37. O hilf, Christe, Gottes Sohn (Choral)
  • 38. Darnach bat Pilatum (Rezitativ)
  • 39. Ruht wohl, ihr heiligen Gebeine (Chor)
  • 40. Christe, du Lamm Gottes (Choral)

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Achtergrondvideo's
Achtergrondvideo's
Teksten
Teksten
Credits
Credits

De ‘andere’ andere passie

In 2021 koos René Jacobs heel bewust voor deze meer ingetogen Johannes-Passion.

De Johannes-Passion is minder bekend dan de Matthäus-Passion. Toch kan deze ‘andere’ passie zich zeker meten met zijn ‘grote broer’. In de Johannes-Passion zet Bach het lijdensverhaal van Jezus op muziek zoals dat verteld wordt in het bijbelboek Johannes. Hij voerde het stuk voor het eerst uit in de Vesperdienst van Goede Vrijdag (de vrijdag voor Pasen) in Leipzig. Het was de eerste passiemuziek die hij als cantor in Leipzig schreef, in 1724.

versie 1725
Een jaar na de eerste uitvoering klonk de Johannes-Passion alweer. Voor deze snelle herneming wijzigde Bach het stuk ingrijpend. Hij schreef een nieuw openingskoor: ‘O Mensch, bewein dein Sünde groβ’, dat hij later gebruikte in de Matthäus-Passion. Hij verving het slotkoraal door het eerder geschreven ‘Christe, du Lamm Gottes’. Op de plek van ‘Ach mein Sinn’ kwam het felle ‘Zerschmettert mich’, in plaats van ‘Betrachte meine Seel’ en Erwäge’ schreef hij de aria ‘Ach windet euch nicht so’ en hij schreef een derde nieuwe aria: ‘Himmel reiβe’.
Door de magistrale nieuwe opening verkleurt de hele passie tot een meer ingetogen stuk. Ook het nieuwe slot is een roep om ontferming. René Jacobs koos er tijdens de Coronacrisis in 2021 – toen de jaarlijkse Matthäus-Passion-tournee van de Bachvereniging onder zijn leiding niet door kon gaan - heel bewust voor om juist deze versie uit te voeren.

libretto
Rode draad in de Johannes-Passion is de bijbeltekst die traditioneel op Goede Vrijdag gelezen wordt, Johannes 18 en 19. Jezus wordt gevangen, voor Kajafas en Pilatus geleid, veroordeeld, gekruisigd en sterft. De bijbeltekst wordt voorgedragen door de tenorsolist (de evangelist) en de verschillende rollen (Jezus, Pilatus, de discipelen, het volk) worden ingevuld door de andere zangers. Op sleutelmomenten voegde Bach bekende kerkliederen toe, die hij door het hele ensemble liet zingen en spelen. Voor de solo-aria’s gebruikte hij poëzie uit populaire passiebundels van Barthold Heinrich Brockes, Christian Weise en Christian Heinrich Postel.

minder menselijk
Het passieverhaal zoals dat wordt verteld in het evangelie van Johannes, verschilt er van dat in de drie andere evangeliën – die van Matteus, Lucas en Marcus. De nadruk ligt bij Johannes op de goddelijke afkomst van Jezus. Door het lijden heen blijft die goddelijke afkomst steeds een rol spelen, Jezus wordt nergens zo menselijk als in de andere evangeliën. Hij is niet bang en weet alles wat er gaat gebeuren, dus ook dat de kruisdood het einde niet zal zijn.

symboliek
Bach geeft met zijn muziek vaak een extra lading aan de tekst. Vrij directe tekstuitbeelding is te vinden in veel van de recitatieven, bijvoorbeeld als de evangelist vertelt hoe Jezus gegeseld wordt. Zowel in de zangpartij als in de begeleiding van het continuo wordt het geselen duidelijk hoorbaar gemaakt. In de korte koorstukken wordt veel geroepen, geschreeuwd en gescholden. Bach onderstreept in zijn muziek het geschreeuw en gejoel. In het koor ‘Bist du nicht’ bijvoorbeeld, zetten de stemmen steeds sneller en steeds korter na elkaar in, zodat het net lijkt of er steeds meer mensen gaan roepen.

symmetrie
Het koraal ‘Durch dein Gefängnis Gottes Sohn’ wordt wel gezien als het hart van de passie. Veel van de snelle tutti-koren die voor dit koraal gezongen zijn, komen erna weer terug, maar dan met een andere tekst en in omgekeerde volgorde (zoals bijvoorbeeld ‘Wir haben ein Gesetz’ – ‘Lässest du diesen los’ of ‘Sei gegrüßet’ – ‘Schreibe nicht’). Bovendien vat het koraal de essentie van de passie nog eens samen: ‘Durch dein Gefängnis Gottes Sohn, muss uns die Freiheit kommen’.

BWV
245-II
Titel
Passio secundum Johannem, Johannes-Passion – 1725 versie
Bijnaam
Johannes-Passion
Genre
oratoria en passies
Jaartal
1725
Stad
Leipzig
Tekstdichter
onbekend, tekst samengesteld uit Johannes 18 en 19, Matteüs 26:75 en 27:51-52, diverse koraalteksten en poëzie van Brockes, Weise en Postel
Bestemming
de vesperdienst van Goede Vrijdag in Leipzig
Eerste uitvoering
30 maart 1725 in de Thomaskirche (1725-versie)
Bijzonderheden
Bach voerde de Johannes vaak uit, er bestaan verschillende versies.

Achtergrondvideo's

Gambiste Mieneke van der Velden

“In de aria 'Es ist vollbracht' speelt de viola da gamba een onmisbare rol. Deze korte documentaire gaat over de bijzondere eigenschappen van de viola da gamba.”

Teksten

Origineel

Erster Teil

1. Chor
O Mensch, bewein dein Sünde groß,
darum Christus seins Vaters Schoß
äußert und kam auf Erden;
von einer Jungfrau rein und zart
für uns er hie geboren ward,
er wollt der Mittler werden.
Den Toten er das Leben gab
und legt dabei all Krankheit ab,
bis sich die Zeit herdrange,
daß er für uns geopfert würd,
trüg unser Sünden schwere Bürd,
wohl an dem Kreuze lange. 

2. Rezitativ
Evangelist
Jesus ging mit seinen Jüngern 
über den Bach Kidron, 
da war ein Garten, 
darein ging Jesus 
und seine Jünger. 
Judas aber, der ihn verriet, 
wusste den Ort auch, 
denn Jesus versammlete sich oft 
daselbst mit seinen Jüngern. 
Da nun Judas zu zich hatte genommen 
die Schar und der Hohenpriester 
und Pharisäer Diener, 
kommt er dahin mit Fackeln, 
Lampen und mit Waffen. 
Als nun Jesus wusste alles, 
was ihm begegnen sollte, 
ging er hinaus und sprach zu ihnen:
Jesus
Wen suchet ihr?
Evangelist
Sie antworteten ihm:
Chor
Jesum von Nazareth.
Evangelist
Jesus spricht zu ihnen:
Jesus
Ich bin's.
Evangelist
Judas aber, der ihn verriet, 
stund auch bei ihnen. 
Als nun Jesus zu ihnen sprach: 
Ich bin's, wichen sie zurücke
und fielen zu Boden.
Da fragete er sie abermal:
Jesus
Wen suchet ihr?
Evangelist
Sie aber sprachen:
Chor
Jesum von Nazareth.
Evangelist
Jesus antwortete:
Jesus
Ich hab's euch gesagt, 
dass ich's sei, 
suchet ihr denn mich, 
so lasset diese gehen!

3. Choral
O große Lieb,
o Lieb ohn alle Maße,
die dich gebracht
auf diese Marterstraße!
Ich lebte mit der Welt
in Lust und Freuden,
und du musst leiden.
Johann Heermann, 1630

4. Rezitativ
Evangelist
Auf dass das Wort erfüllet würde, 
welches er sagte: 
Ich habe der keine verloren, 
die du mir gegeben hast. 
Da hatte Simon Petrus ein Schwert 
und zog es aus 
und schlug nach des Hohenpriesters Knecht 
und hieb ihm sein recht Ohr ab; 
und der Knecht hieß Malchus. 
Da sprach Jesus zu Petro:
Jesus
Stecke dein Schwert in die Scheide! 
Soll ich den Kelch nicht trinken,
den mir mein Vater gegeben hat?

5. Choral
Dein Will gescheh, Herr Gott, zugleich
auf Erden wie im Himmelreich.
Gib uns Geduld in Leidenszeit,
gehorsam sein in Lieb und Leid;
wehr und steur allem Fleisch und Blut,
das wider deinen Willen tut!
Martin Luther, 1539

6. Rezitativ
Evangelist
Die Schar aber 
und der Oberhauptmann 
und die Diener der Jüden 
nahmen Jesum und bunden ihn 
und führteten ihn aufs erste 
zu Hannas, der war Kaiphas Schwäher,
welcher des Jahres Hoherpriester war. 
Es war aber Kaiphas, 
der den Juden riet, 
es wäre gut, dass ein Mensch 
würde umbracht für das Volk.

7. Arie (Alt)
Von den Stricken meiner Sünden
mich zu entbinden
wird mein Heil gebunden.
Mich von allen Lasterbeulen
völlig zu heilen,
lässt er sich verwunden.

8. Rezitativ
Evangelist
Simon Petrus aber folgete Jesu nach 
und ein andrer Jünger.

9. Arie (Sopran)
Ich folge dir gleichfalls 
mit freudigen Schritten
und lasse dich nicht,
mein Leben, mein Licht.
Befördre den Lauf
und höre nicht auf,
selbst an mir zu ziehen, 
zu schieben, zu bitten.

10. Rezitativ
Evangelist
Derselbige Jünger war 
dem Hohenpriester bekannt 
und ging mit Jesu hinein 
in des Hohenpriesters Palast. 
Petrus aber stund draußen für der Tür. 
Da ging der andere Jünger, 
der dem Hohenpriester bekannt war, 
hinaus und redete 
mit der Türhüterin 
und führete Petrum hinein. 
Da sprach die Magd, 
die Türhüterin, zu Petro:
Magd
Bist du nicht dieses Menschen 
Jünger einer?
Evangelist
Er sprach:
Petrus
Ich bin's nicht.
Evangelist
Es stunden aber die Knechte 
und Diener und hatten 
ein Kohlfeu'r gemacht (denn es war kalt) 
und wärmeten sich. 
Petrus aber stund bei ihnen 
und wärmete sich. 
Aber der Hohepriester fragte Jesus 
um seine Jünger und um seine Lehre. 
Jesus antwortete ihm:
Jesus
Ich habe frei, öffentlich geredet 
für der Welt. Ich habe allezeit gelehret 
in der Schule und in dem Tempel, 
da alle Juden zusammenkommen, 
und habe nichts im Verborgnen geredt. 
Was fragest du mich darum? 
Frage die darum, die gehöret haben, 
was ich zu ihnen geredet habe! 
Siehe, dieselbigen wissen, 
was ich gesaget habe.
Evangelist
Als er aber solches redete, 
gab der Diener einer, 
die dabeistunden, 
Jesu einen Backenstreich und sprach:
Diener
Solltest du dem Hohenpriester 
also antworten?
Evangelist
Jesus aber antwortete:
Jesus
Hab ich übel geredt, 
so beweise es, dass es böse sei, 
hab ich aber recht geredt, 
was schlägest du mich?

11. Chorale 
Wer hat dich so geschlagen,
mein Heil, und dich mit Plagen
so übel zugericht'?
Du bist ja nicht ein Sünder
wie wir und unsre Kinder,
von Missetaten weißt du nicht.

Ich, ich und meine Sünden,
die sich wie Körnlein finden
des Sandes an dem Meer,
die haben dir erreget
das Elend, das dich schläget,
und das betrübte Marterheer.
Paul Gerhardt, 1647

12. Arie (Bass en Sopran)
Bass
Himmel reiße, Welt erbebe,
fallt in meinen Trauerton,
Sopran
Jesu, deine Passion
Bass
sehet meine Qual und Angst, was ich, Jesu, mit dir leide!
Sopran
ist mir lauter Freude,
Bass
Ja, ich zähle deine Schmerzen,
o zerschlagner Gottessohn,
Sopran
deine Wunden, Kron und Hohn
Bass
ich erwähle Golgatha
vor dies schnöde Weltgebäude.
Sopran
meines Herzens Weide.
Bass
Werden auf den Kreuzeswegen
deine Dornen ausgesät,
Sopran
Meine Seel auf Rosen geht,
Bass
weil ich in Zufriedenheit
mich in deine Wunden senke,
Sopran
wenn ich dran gedenke;
Bass
so erblick ich in dem Sterben,
wenn ein stürmend Wetter weht,
Sopran
in dem Himmel eine Stätt
Bass
diesen Ort, dahin ich mich täglich
durch den Glauben lenke.
Sopran
mir deswegen schenke!

13. Rezitativ
Evangelist
Und Hannas sandte ihm gebunden 
zu dem Hohenpriester Kaiphas. 
Simon Petrus stund 
und wärmete sich, 
das sprachen sie zu ihm:
Chor
Bist du nicht seiner Jünger einer?
Evangelist
Er leugnete aber und sprach:
Petrus
Ich bin's nicht.
Evangelist
Spricht des Hohenpriesters Knecht' einer,
ein Gefreundter des, 
dem Petrus das Ohr abgehauen hatte:
Diener
Sahe ich nicht im Garten bei ihm?
Evangelist
Da verleugnete Petrus abermal, 
und alsobald krähete der Hahn. 
Da gedachte Petrus
an die Worte Jesu 
und ging hinaus 
und weinete bitterlich.

14. Arie (Tenor)
Zerschmettert mich,
ihr Felsen und ihr Hügel,
wirf Himmel deinen Strahl auf mich!
Wie freventlich, wie sündlich,
wie vermessen
hab ich, o Jesu, dein vergessen!
Ja, nähm ich gleich
der Morgenröte Flügel,
so holte mich mein strenger Richter wieder;
ach! fallt vor ihm in bittern Tränen nieder!

15. Chorale
Petrus, der nicht denkt zurück,
seinen Gott verneinet,
der doch auf ein' ernsten Blick
bitterlichen weinet.
Jesu, blicke mich auch an,
wenn ich nicht will büßen;
wenn ich Böses hab getan,
rühre mein Gewissen!
Paul Stockmann, 1633

Zweiter Teil

16. Chorale
Christus, der uns selig macht,
kein Bös' hat begangen,
der ward für uns in der Nacht
als ein Dieb gefangen,
geführt für gottlose Leut
und fälschlich verklaget,
verlacht, verhöhnt, und verspeit,
wie denn die Schrift saget.
Michael Weisse, 1531

17. Rezitativ
Evangelist
Da führeten sie Jesum von Kaiphas 
vor das Richthaus, 
und es war frühe. 
Und sie gingen nicht in das Richthaus, 
auf dass sie nicht unrein würden, 
sondern Ostern essen möchten. 
Da ging Pilatus zu ihnen heraus 
und sprach:
Pilatus
Was bringet ihr für Klage 
wider diesen Menschen?
Evangelist
Sie antworteten und sprachen zu ihm:
Chor
Wäre dieser nicht ein Übeltäter, 
wir hätten dir ihn nicht überantwortet.
Evangelist
Da sprach Pilatus zu ihnen:
Pilatus
So nehmet ihr ihn hin und 
richtet ihn nach eurem Gesetze!
Evangelist
Da sprachen die Jüden zu ihm:
Chor
Wir dürfen niemand töten.
Evangelist
Auf dass erfüllet würde das Wort Jesu,
welches er sagte, da er deutete, 
welches Todes er sterben würde. 
Da ging Pilatus wieder hinein 
in das Richthaus und rief Jesu 
und sprach zu ihm.
Pilatus
Bist du der Jüden König?
Evangelist
Jesus antwortete:
Jesus
Redest du das von dir selbst, 
oder haben’s dir andere 
von mir gesagt?
Evangelist
Pilatus antwortete:
Pilatus
Bin ich ein Jüde? Dein Volk 
und die Hohenpriester haben 
dich mir überantwortet;
was hast du getan? 
Evangelist
Jesus antwortete:
Jesus
Mein Reich ist nicht von dieser Welt; 
wäre mein Reich von dieser Welt, 
meine Diener würden darob kämpfen, 
dass ich den Jüden nicht 
überantwortet würde; 
aber nun ist mein Reich 
nicht von dannen.

18. Chorale
Ach großer König, 
groß zu allen Zeiten,
Wie kann ich gnugsam 
diese Treu ausbreiten?
Keins Menschen Herzer 
mag indes ausdenken,
was dir zu schenken.

Ich kann's mit meinen 
Sinnen nicht erreichen,
womit doch dein 
Erbarmen zu vergleichen.
Wie kann ich dir denn 
deine Liebestaten
im Werk erstatten?
Johann Heermann, 1630

19. Rezitativ
Evangelist
Da sprach Pilatus zu ihm:
Pilatus
So bist du dennoch ein König?
Evangelist
Jesus antwortete:
Jesus
Du sagst's, ich bin ein König. 
Ich bin dazu geboren 
und in die Welt kommen, 
dass ich die Wahrheit zeugen soll. 
Wer aus der Wahrheit ist, 
der höret meine Stimme.
Evangelist
Spricht Pilatus zu ihm:
Pilatus
Was ist Wahrheit?
Evangelist
Und da er das gesaget, 
ging er wieder hinaus 
zu den Jüden 
und spricht zu ihnen: 
Pilatus
Ich finde keine Schuld an ihm. 
Ihr habt aber eine Gewohnheit, 
dass ich euch einen losgebe; 
wollt ihr nun, dass ich euch 
der Jüden König losgebe?
Evangelist
Da schrieen sie wieder 
allesamt und sprachen:
Chor
Nicht diesen, diesen nicht, 
sondern Barrabam!
Evangelist
Barrabas aber war ein Mörder. 
Da nahm Pilatus Jesus 
und geißelte ihn.

20. Arie (Tenor)
Ach windet euch nicht so, geplagte Seelen,
bei eurer Kreuzesangst und Qual!
Könnt ihr die unermeßne Zahl
der harten Geißelschläge zählen,
so zählet auch die Menge eurer Sünden,
ihr werdet diese größer finden!

21. Rezitativ
Evangelist
Und die Kriegsknechte flochten 
eine Kronen von Dornen 
und satzten sie auf sein Haupt 
und legten ihm ein Purpurkleid an 
und sprachen:
Chor
Sei gegrüßet, lieber Jüdenkönig!
Evangelist
Und gaben ihm Backenstreiche. 
Da ging Pilatus wieder heraus 
und sprach zu ihnen:
Pilatus
Sehet, ich führe ihn heraus zu euch, 
dass ihr erkennet, 
dass ich keine Schuld an ihm finde.
Evangelist
Also ging Jesus heraus 
und trug eine Dornenkrone 
und Purpurkleid. 
Und er sprach zu ihnen:
Pilatus
Sehet, welch ein Mensch!
Evangelist
Da ihn die Hohenpriester 
und die Diener sahen, 
schrieen sie und sprachen:
Chor
Kreuzige, kreuzige!
Evangelist
Pilatus sprach zu ihnen:    
Pilatus 
Nehmet ihr ihn hin und kreuziget ihn; 
denn ich finde keine Schuld an ihm!
Evangelist
Die Jüden antworteten ihm:
Chor
Wir haben ein Gesetz, 
und nach dem Gesetz soll er sterben; 
denn er hat sich selbst 
zu Gottes Sohn gemacht.
Evangelist
Da Pilatus das Wort hörete, 
fürchtet' er sich noch mehr 
und ging wieder hinein 
in das Richthaus und spricht zu Jesu:
Pilatus
Von wannen bist du?
Evangelist
Aber Jesus gab ihm keine Antwort. 
Da sprach Pilatus zu ihm:
Pilatus
Redest du nicht mit mir? 
Weißest du nicht, dass ich Macht habe, 
dich zu kreuzigen, 
und Macht habe, dich loszugeben?
Evangelist
Jesus antwortete:
Jesus
Du hättest keine Macht über mich, 
wenn sie dir nicht wäre 
von oben herab gegeben; 
darum, der mich dir überantwortet hat, 
der hat's gröss're Sünde.
Evangelist
Von dem an trachtete Pilatus, 
wie er ihn losließe.

22. Chorale
Durch dein Gefängnis, Gottes Sohn,
muss uns die Freiheit kommen;
dein Kerker ist der Gnadenthron,
die Freistatt aller Frommen;
denn gingst du nicht
die Knechtschaft ein,
müsst unsre Knechtschaft ewig sein.
C.H. Postel

23. Rezitativ
Evangelist
Die Jüden aber schrieen und sprachen:
Chor
Lässest du diesen los, 
so bist du des Kaisers Freund nicht; 
denn wer sich zu Könige machet, 
der ist wider den Kaiser.
Evangelist
Da Pilatus das Wort hörete, 
führete er Jesum heraus 
und satzte sich auf den Richtstuhl, 
an der Stätte, die da heißet: 
Hochpflaster, auf Ebräisch aber: Gabbatha. 
Es war aber der Rüsttag in Ostern 
um die sechste Stunde, 
und er spricht zu den Jüden:
Pilatus
Sehet, das ist euer König!
Evangelist
Sie schrieen aber:
Chor
Weg, weg mit dem, kreuzige ihn!
Evangelist
Spricht Pilatus zu ihnen:
Pilatus
Soll ich euren König kreuzigen?
Evangelist
Die Hohenpriester antworteten:
Chor
Wir haben keinen König 
denn den Kaiser.
Evangelist
Da überantwortete er ihn, 
dass er gekreuziget würde. 
Sie nahmen aber Jesum 
und führeten ihn hin. 
Und er trug sein Kreuz 
und ging hinaus zur Stätte, 
die da heißet Schädelstätt, 
welche heißet auf Ebräisch: Golgatha.

24. Arie (Bass)
Eilt, ihr angefochtnen Seelen,
geht aus euren Marterhöhlen,
eilt - Wohin?
nach Golgatha!
Nehmet an des Glaubens Flügel,
flieht - Wohin?
zum Kreuzeshügel,
eure Wohlfahrt blüht allda!

25. Rezitativ
Evangelist
Allda kreuzigten sie ihn, 
und mit ihm zween andere 
zu beiden Seiten, 
Jesum aber mitten inne. 
Pilatus aber schrieb eine Überschrift 
und satzte sie auf das Kreuz, 
und war geschrieben: 
'Jesus von Nazareth, der Jüden König'. 
Diese Überschrift lasen viel Jüden, 
denn die Stätte war nahe bei der Stadt, 
da Jesus gekreuziget is. 
Und es war geschrieben auf ebräische, 
griechische und lateinische Sprache. 
Da sprachen die Hohenpriester 
der Jüden zu Pilato:
Chor
Schreibe nicht: der Jüden König, 
sondern dass er gesaget habe: 
Ich bin der Jüden König.
Evangelist
Pilatus antwortet:
Pilatus
Was ich geschrieben habe, 
das habe ich geschrieben.

26. Chorale
In meines Herzens Grunde
dein Nam und Kreuz allein
funkelt all Zeit und Stunde,
drauf kann ich fröhlich sein.
Erschein mir in dem Bilde
zu Trost in meiner Not,
wie du, Herr Christ, so milde
Dich hast geblut' zu Tod!  
Valerius Herberger, 1613

27. Rezitativ
Evangelist
Die Kriegsknechte aber, 
da sie Jesum gekreuziget hatten, 
nahmen seine Kleider 
und machten vier Teile, 
einem jeglichen Kriegesknechte sein Teil, 
dazu auch den Rock. 
Der Rock aber war ungenähet, 
von oben an gewürket durch und durch. 
Da sprachen sie untereinander:
Chor
Lasset uns den nicht zerteilen, 
sondern darum losen, wes er sein soll.
Evangelist
Auf dass erfüllet würde die Schrift, 
die da saget: 
‘Sie haben meien Kleider unter sich geteilet 
und haben über meinen Rock 
das Los geworfen’. 
Solches taten die Kriegesknechte. 
Es stund aber bei dem Kreuze Jesu 
seine Mutter und seiner Mutter Schwester, 
Maria, Kleophas Weib, 
und Maria Magdalena. 
Da nun Jesu seine Mutter sahe 
und den Jünger dabei stehen, 
den er lieb hatte, 
spricht er zu seiner Mutter:
Jesus
Weib, siehe, das ist dein Sohn!
Evangelist
Darnach spricht er zu dem Jünger:
Jesus
Siehe, das ist deine Mutter!

28. Chorale 
Er nahm alles wohl in acht
in der letzten Stunde,
seine Mutter noch bedacht,
setzt ihr ein' Vormunde.
O Mensch, mache Richtigkeit,
Gott und Menschen liebe,
stirb darauf ohn alles Leid,
und dich nicht betrübe!
Paul Stockmann, 1633

29. Rezitativ
Evangelist
Und von Stund an 
nahm sie der Jünger zu sich. 
Darnach, als Jesus wusste, 
dass schon alles vollbracht war, 
dass die Schrift erfüllet würde, 
spricht er:
Jesus
Mich dürstet!
Evangelist
Da stund ein Gefäße voll Essigs. 
Sie fülleten aber einen Schwamm 
mit Essig und legten ihn 
um einen Isopen, 
und hielten es ihm dar zum Munde. 
Da nun Jesus den Essig 
genommen hatte, sprach er:
Jesus
Es ist vollbracht!

30. Arie (Alt) 
Es ist vollbracht!
O Trost vor die gekränkten Seelen!
Die Trauernacht
lässt nun die letzte Stunde zählen.
Der Held aus Juda siegt mit Macht
und schließt den Kampf.
Es ist vollbracht!

31. Rezitativ
Evangelist
Und neiget das Haupt und verschied.

32. Arie (Bass) und Choral
Mein teurer Heiland, laß dich fragen,
Jesu, der du warest tot,
da du nunmehr ans Kreuz geschlagen
und selbst gesagt: Es ist vollbracht, 
lebest nun ohn Ende,
bin ich vom Sterben frei gemacht?
in der letzten Todesnot
nirgend mich hinwende
Kann ich durch deine Pein und Sterben
das Himmelreich ererben?
Ist aller Welt Erlösung da?
als zu dir, der mich versühnt,
o du lieber Herre!
Du kannst vor Schmerzen
zwar nichts sagen;
Gib mir nur, was du verdient,
doch neigest du das Haupt 
und sprichst stillschweigend: ja.
mehr ich nicht begehre!
Paul Stockmann, 1633

33. Rezitativ
Evangelist 
Und siehe da 
der Vorhang im Tempel 
zerriß in zwei Stück 
von oben an bis unten aus. 
Und die Erde erbebete, 
und die Felsen zerrissen,
und die Gräber täten sich auf,
und stunden auf viele Leiber der Heiligen.

34. Arioso (Tenor)
Mein Herz, in dem die ganze Welt
bei Jesu Leiden gleichfalls leidet,
die Sonne sich in Trauer kleidet,
der Vorhang reißt, der Fels zerfällt,
die Erde bebt, die Gräber spalten,
weil sie den Schöpfer sehn erkalten,
was willst du deines Ortes tun?

35. Arie (Sopran)
Zerfließe, mein Herze, 
in Fluten der Zähren
dem Höchsten zu Ehren!
Erzähle der Welt 
und dem Himmel die Not:
dein Jesus ist tot!

36. Rezitativ
Evangelist
Die Jüden aber, 
dieweil es der Rüsttag war, 
daß nicht die Leichname am Kreuze 
blieben den Sabbat über 
(denn desselbigen Sabbats Tag 
war sehr groß), 
baten sie Pilatum, 
daß ihre Beine gebrochen 
und sie abgenommen würden. 
Da kamen die Kriegsknechte 
und brachten dem ersten die Beine 
und dem andern, 
der mit ihm gekreuziget war. 
Als sie aber zu Jesu kamen, 
da sie sahen, 
daß er schon gestorben war, 
brachen sie ihm die Beine nicht; 
sondern der Kriegsknechte einer 
eröffnete seine Seite mit einem Speer, 
uns alsobald ging Blut 
und Wasser heraus. 
Und der das gesehen hat, 
der hat es bezeuget, 
und sein Zeugnis ist wahr, 
und derselbige weiß, 
dass er die Wahrheit saget, 
auf dass ihr gläubet.
Denn solches ist geschehen,
auf daß die Schrift erfüllet würde: 
‘Ihr sollet ihm kein Bein zerbrechen’. 
Und abermal spricht eine andere Schrift: 
‘Sie werden sehen, 
in welchen sie gestochen haben’.

37. Chorale 
O hilf, Christe, Gottes Sohn,
durch dein bitter Leiden,
daß wir dir stets untertan
all unzugend meiden,
deinen Tod und sein Ursach
fruchtbarlich bedenken,
dafür, wiewohl arm und schwach,
dir Dankopfer schenken! 
Michael Weisse, 1531

38. Rezitativ
Evangelist: 
Darnach bat Pilatum Joseph von Arimathia, 
der ein Jünger Jesu war 
(doch heimlich aus Furcht vor der Jüden), 
dass er möchte abnehmen 
den Leichnam Jesu. 
Und Pilatus erlaubete es. 
Es kam aber auch Nikodemus, 
der vormals bei der Nacht 
zu Jesu kommen war, 
und brachte Myrrhen und Aloen 
untereinander, bei hundert Pfunden.
Da nahmen sie den Leichnam Jesu 
und bunden ihn in leinen Tücher 
mit Spezereien, wie die Jüden
pflegen zu begraben. 
Es war aber an der Stätte, 
da er gekreuziget ward, ein Garten, 
und im Garten ein neu Grab, 
in welches niemand je gelegt war. 
Daselbst hin legten sie Jesum, 
um des Rüsttags willen der Jüden,
dieweil das Grab nahe war.

39. Chor
Ruht wohl, ihr heiligen Gebeine,
die ich nun weiter nicht beweine,
ruht wohl 
und bringt auch mich zur Ruh!
Das Grab, so euch bestimmet ist
und ferner keine Not umschließt,
macht mir den Himmel auf 
und schließt die Hölle zu.

40. Chorale
Christe, du Lamm Gottes,
der du trägst die Sünd‘ der Welt,
erbarm dich unser!
Christe, du Lamm Gottes,
der du trägst die Sünd‘ der Welt,
gib uns dein’ Frieden! Amen.
Martin Luther, 1528

Vertaling

Eerste deel

1. Koor
O mens, beween je grote zonde,
om welke Christus de schoot van zijn vader
verliet en op aarde kwam.
Uit een reine, tere maagd
is hij hier voor ons geboren,
hij wilde de middelaar worden.
De doden gaf hij het leven
en hij nam alle ziekten weg,
totdat de tijd kwam
dat hij voor ons werd geofferd,
hij droeg de zware last van onze zonden
heel lang aan het kruis.

2. Recitatief
Evangelist
Jezus stak met zijn discipelen 
de beek Kidron over. 
Daar was een hof, 
waar Jezus binnenging 
met zijn discipelen. 
En Judas, zijn verrader, 
kende die plaats ook, 
want Jezus kwam daar vaak 
samen met zijn discipelen.
Nu had Judas een troep soldaten meegenomen en dienaren van de hogepriesters 
en de farizeeërs, 
en daar kwam hij, met fakkels, 
lampen en met wapens. 
En Jezus, die alles wist 
wat er met hem zou gebeuren, 
liep naar hen toe en zei tegen hen:
Jezus
Wie zoeken jullie?
Evangelist
Zij antwoordden:
koor
Jezus van Nazareth.
Evangelist
Jezus zei tegen hen:
Jezus
Dat ben ik.
Evanglist
En Judas, zijn verrader, 
stond ook bij hen. 
Toen nu Jezus tegen hen zei: 
‘Dat ben ik,’ deinsden zij terug
en vielen op de grond. 
Toen vroeg hij weer:
Jezus
Wie zoeken jullie?
Evangelist
En zij zeiden:
koor
Jezus van Nazareth.
Evangelist
Jezus antwoordde:
Jezus
Ik heb jullie gezegd 
dat ik dat was. 
Als jullie mij zoeken, 
laat hen dan gaan.

3. Koraal
O grote liefde,
o onmetelijke liefde,
die u op deze
martelweg heeft gebracht!
Ik leefde met de wereld
in lust en vreugde
en u moet lijden.

4. Recitatief
Evangelist
Opdat het woord vervuld zou worden
dat hij had gesproken:
'Ik heb niemand verloren van hen
die u mij hebt gegeven.'
Nu had Simon Petrus een zwaard,
hij trok dat
en sloeg naar de knecht van de hogepriester
en hakte diens rechteroor af;
en die knecht heette Malchus.
Toen zei Jezus tegen Petrus:
Jezus
Steek je zwaard in zijn schede!
Moet ik de beker niet drinken
die mijn vader mij heeft gegeven?

5. Koraal
Uw wil geschiede, God, zowel
op aarde als in het hemelrijk.
Geef ons geduld in lijdenstijd,
gehoorzaamheid in lief en leed;
bestrijd en stuit alle vlees en bloed
dat tegen uw wil ingaat.

6. Recitatief
Evangelist
En de troep soldaten
en hun aanvoerder
en de dienaren van de Joden
grepen Jezus en boeiden hem
en brachten hem eerst
naar Annas, de schoonvader van Kajafas,
die dat jaar hogepriester was.
En het was Kajafas
die de Joden had voorgehouden
dat het goed zou zijn als één mens
om het leven werd gebracht voor het hele volk.

7. Aria 
Om mij van de strikken van mijn zonden
te bevrijden
wordt mijn Heil geboeid.
Om mij van alle zondebuilen
volkomen te genezen
laat hij zich verwonden.

8. Recitatief
Evangelist
En Simon Petrus volgde Jezus,
en ook een andere discipel.

9. Aria
Ik volg u eveneens
met verheugde stappen
en ik laat u niet los,
mijn leven, mijn licht.
Ondersteun mijn schreden
en houd niet op
zelf aan mij te trekken,
te duwen, te vragen.

10. Recitatief
Evangelist
Deze discipel was
een bekende van de hogepriester
en hij ging met Jezus
het paleis van de hogepriester binnen.
En Petrus bleef buiten bij de poort staan.
Toen kwam de andere discipel,
de bekende van de hogepriester,
naar buiten en hij praatte
met de portierster
en nam Petrus mee naar de binnenplaats.
Toen zei het dienstmeisje
dat de poort bewaakte tegen Petrus:
Maagd
Ben jij niet een van de discipelen
van die man?
Evangelist
Hij zei:
Petrus
Dat ben ik niet.
Evangelist
De knechten en dienaren
die daar stonden hadden
een kolenvuur gemaakt, want het was koud,
en zij warmden zich.
En Petrus stond bij hen
en ook hij warmde zich.
En de hogepriester ondervroeg Jezus
over zijn discipelen en over zijn leer.
Jezus antwoordde:
Jezus
Ik heb vrijuit en in het openbaar
voor de wereld gesproken. Ik heb voortdurend
onderwezen in de synagoge en in de tempel,
waar alle Joden samenkomen,
en ik heb niets in het geheim gezegd.
Waarom vraagt u mij dit?
Vraag het aan hen die gehoord hebben
wat ik tot hen heb gesproken.
Zij weten
wat ik gezegd heb.
Evangelist
En toen hij dat zei,
gaf een van de dienaren
die erbij stonden
Jezus een klap in zijn gezicht en zei:
Dienaar
Zo praat je niet
tegen de hogepriester!
Evangelist
En Jezus antwoordde:
Jezus
Als ik iets verkeerds heb gezegd,
bewijs dan dat het slecht was.
Maar als het goed was wat ik zei,
waarom sla je me dan?

11. Koraal 
Wie heeft u zo geslagen,
mijn Heil, en u met klappen
zo toegetakeld?
U bent toch geen zondaar
zoals wij en onze kinderen,
van misdaden weet u niets.

Ik, ik en mijn zonden,
waarvan er zoveel zijn
als korrels zand bij de zee,
die zijn de oorzaak
van de ellende die u treft
en het bedroefde leger martelaren.

12. Aria
bas
Hemel, scheur, wereld, beef,
stem in met mijn verdriet,
sopraan
Jezus, uw lijden
bas
zie mijn pijn en mijn angst, zie hoe ik, Jezus, met u mee lijd!
sopraan
is voor mij louter vreugde,
bas
Ja, ik tel uw smarten,
o gebroken zoon van God,
sopraan
uw wonden, kroon en spot
bas
ik verkies Golgotha
boven dit ellendige wereldgebouw.
sopraan
zijn voedsel voor mijn hart.
bas
Als op de kruiswegen
uw doornen worden uitgezaaid,
sopraan
Mijn ziel gaat over rozen
bas
omdat ik mij met tevredenheid
in uw wonden verdiep,
sopraan
als ik eraan denk;
bas
dan zie ik bij mijn sterven
wanneer het stormachtig weer is,
sopraan
geef mij dus een plaats
bas
de plek waarheen ik dagelijks
in het geloof op weg ben.
sopraan
in de hemel!

13. Recitatief
Evangelist
En Annas stuurde hem geboeid
naar hogepriester Kajafas.
Petrus stond
zich te warmen,
en ze zeiden tegen hem:
koor
Ben jij niet één van zijn discipelen?
Evangelist
Hij ontkende het en zei:
Petrus
Dat ben ik niet.
Evangelist
Toen zei een van de knechten van de hogepriester,
een familielid van degene
van wie Petrus het oor had afgehakt:
Dienaar 
Heb ik jou niet bij hem in de hof gezien?
Evangelist
Toen ontkende Petrus het opnieuw,
en meteen kraaide de haan.
Toen herinnerde Petrus zich
de woorden van Jezus
en hij ging de poort uit
en huilde bitter.

14. Aria
Verpletter mij,
o rotsen en heuvels,
werp je straal op mij, hemel!
Hoe misdadig, hoe zondig,
hoe vermetel
ben ik u, o Jezus, vergeten!
Ja, ook al zweefde ik
op de vleugels van het morgenrood,
mijn strenge rechter zou me terughalen;
ach, val met bittere tranen voor hem neer!

15. Koraal
Petrus, die het zich niet herinnert
en zijn God verloochent,
maar die op een ernstige blik
bitter begint te huilen.
Jezus, kijk ook mij aan
als ik niet wil boeten,
als ik kwaad heb gedaan,
raak dan mijn geweten aan.


Tweede deel

16. Koraal
Christus, die ons zalig maakt,
niets kwaads heeft gedaan,
die is voor ons in de nacht
als een dief gevangen,
voorgeleid aan goddeloze mensen
en vals beschuldigd,
uitgelachen, bespot en bespuwd,
zoals de Schrift zegt.

17. Recitatief
Evangelist
Toen brachten ze Jezus van Kajafas
naar het gerechtsgebouw,
en het was vroeg.
En ze gingen het gerechtsgebouw
niet binnen om niet onrein te worden
maar het paasmaal te kunnen eten.
En Pilatus kwam naar buiten
en zei:
Pilatus
Waarvan beschuldigen jullie
deze mens?
Evangelist
Zij antwoordden:
koor
Als hij geen misdadiger was,
hadden we hem niet aan u overgeleverd.
Evangelist
Toen zei Pilatus:
Pilatus
Neem hem dan mee 
en berecht hem volgens jullie eigen wet!
Evangelist
Toen zeiden de Joden:
koor
Wij mogen niemand doden.
Evangelist
Opdat vervuld zou worden het woord van Jezus
toen hij voorspelde
welke dood hij zou sterven.
Toen ging Pilatus het gerechtsgebouw
weer in en riep Jezus
en zei tegen hem:
Pilatus
Bent u de koning der Joden?
Evangelist
Jezus antwoordde:
Jezus
Zegt u dat uit uzelf
of hebben anderen dat
over mij gezegd?
Evangelist
Pilatus antwoordde:
Pilatus
Ben ik soms een Jood? Uw volk
en de hogepriesters hebben u
aan mij overgeleverd;
wat hebt u gedaan?
Evangelist
Jezus antwoordde:
Jezus
Mijn rijk is niet van deze wereld.
Als mijn rijk van deze wereld was,
zouden mijn dienaren ervoor vechten
dat ik niet aan de Joden
werd overgeleverd;
maar nu is mijn rijk
niet van hier.

18. Koraal
Ach, grote koning,
groot in alle tijden,
hoe kan ik die trouw
genoeg verbreiden?
Niemands hart
kan bedenken
wat het u moet schenken.

Met mijn verstand
weet ik niet
waarmee ik uw
ontferming moet vergelijken.
Hoe kan ik
uw liefdesdaden
met daden terugbetalen?

19. Recitatief
Evangelist
Toen zei Pilatus tegen hem:
Pilatus
Bent u dan toch een koning?
Evangelist
Jezus antwoordde:
Jezus
U zegt het, ik ben een koning.
Ik ben geboren
en in de wereld gekomen
om van de waarheid te getuigen.
Wie uit de waarheid is,
die hoort mijn stem.
Evangelist
Pilatus zei:
Pilatus
Wat is waarheid?
Evangelist
En toen hij dat gezegd had,
ging hij weer naar buiten
naar de Joden
en hij zei tegen hen:
Pilatus
Ik kan geen schuld in hem vinden.
Maar jullie hebben een gewoonte
dat ik [met Pasen] iemand vrijlaat;
willen jullie nu dat ik de koning
der Joden vrijlaat?
Evangelist
Toen begonnen ze weer allemaal 
te schreeuwen en ze riepen:
koor
Niet hem,
maar Barabbas!
Evangelist
En Barabbas was een moordenaar.
Toen nam Pilatus Jezus
en geselde hem.

20. Aria
Ach, kronkel niet zo, geplaagde zielen,
bij jullie angst voor kruis en pijn!
Als jullie het onmetelijke aantal
harde geselslagen kunnen tellen,
tel dan ook je hoeveelheid zonden,
je zult zien dat die groter is!

21. Recitatief
Evangelist
En de soldaten vlochten
een kroon van doornen
en zetten die op zijn hoofd,
en ze trokken hem een purperen mantel aan
en zeiden:
koor
Wees gegroet, lieve Jodenkoning!
Evangelist
En ze sloegen hem in het gezicht.
Toen ging Pilatus weer naar buiten
en zei:
Pilatus
Kijk, ik breng hem nu naar buiten,
zodat jullie zien
dat ik geen schuld in hem kan vinden.
Evangelist
Dus kwam Jezus naar buiten
en hij droeg een doornenkroon
en een purperen mantel. 
En Pilatus zei tegen hen:
Pilatus
Kijk toch, wat een mens!
Evangelist
Toen de hogepriesters
en de dienaren hem zagen,
schreeuwden ze:
koor
Kruisigen, kruisigen!
Evangelist
Pilatus zei tegen hen:
Pilatus 
Neem hem dan maar mee en kruisig hem; 
want ik kan geen schuld in hem vinden.
Evangelist
De Joden antwoordden:
koor
Wij hebben een wet,
en volgens die wet moet hij sterven.
Want hij heeft zichzelf
tot Gods zoon uitgeroepen.
Evangelist
Toen Pilatus dat hoorde,
werd hij nog angstiger,
en hij ging het gerechtsgebouw weer binnen
en zei tegen Jezus:
Pilatus
Waar komt u vandaan?
Evangelist
Maar Jezus gaf geen antwoord. 
Toen zei Pilatus:
Pilatus
Praat u niet met mij?
Weet u niet dat ik de macht heb
u te laten kruisigen
en de macht heb om u vrij te laten?
Evangelist
Jezus antwoordde:
Jezus
U zou geen macht over mij hebben
als die niet van bovenaf
aan u was gegeven;
daarom begaat degene die mij aan u heeft
overgeleverd een grotere zonde.
Evangelist
Vanaf dat moment probeerde Pilatus
hem vrij te laten.

22. Koraal
Door uw gevangenschap, zoon van God,
moeten wij de vrijheid krijgen;
uw kerker is de genadetroon,
de vrijplaats voor alle vromen;
want als u de slavernij
niet had aanvaard,
zou onze slavernij eeuwig moeten zijn.

23. Recitatief
Evangelist
Maar de Joden riepen:
koor
Als u deze man vrijlaat,
bent u geen vriend van de keizer;
want wie zichzelf tot koning uitroept,
die is tegen de keizer.
Evangelist
Toen Pilatus die woorden hoorde,
bracht hij Jezus naar buiten
en ging zitten op de rechterstoel,
op de plaats die Hoogterras heet,
in het Hebreeuws Gabbatha.
En het was de voorbereidingsdag voor Pasen,
rond het zesde uur,
en hij zei tegen de Joden:
Pilatus
Kijk, dit is jullie koning.
Evangelist
Maar zij schreeuwden:
koor
Weg, weg met hem, kruisig hem!
Evangelist
Pilatus zei tegen hen:
Pilatus
Moet ik jullie koning kruisigen?
Evangelist
De hogepriesters antwoordden:
koor
Wij hebben geen koning,
alleen de keizer.
Evangelist
Toen leverde hij hem over
om hem te laten kruisigen.
En ze grepen Jezus
en namen hem mee.
En hij droeg zijn kruis
en liep naar de plaats
die Schedelplaats heet,
in het Hebreeuws Golgotha.

24. Aria
Haast je, beproefde zielen,
verlaat je martelkelders,
haast je - (koor:) waarheen?
naar Golgotha.
Gord aan de vleugels van het geloof,
Vlucht - (koor:) waarheen?
naar de kruisheuvel,
daar kunnen jullie gedijen.

25. Recitatief
Evangelist
Daar kruisigden ze hem,
en met hem twee anderen
aan weerszijden,
en Jezus in het midden.
En Pilatus had een opschrift laten maken
dat hij op het kruis liet bevestigen,
en er stond:
'Jezus van Nazareth. Koning der Joden'.
Dat opschrift lazen veel Joden,
want de plaats waar Jezus gekruisigd was,
was dichtbij de stad.
En het stond er in het Hebreeuws,
het Grieks en het Latijn.
Toen zeiden de hogepriesters van de Joden
tegen Pilatus:
koor
Schrijf niet 'Koning der Joden',
maar dat hij gezégd heeft:
'Ik ben de koning der Joden'.
Evangelist
Pilatus antwoordde:
Pilatus
Wat ik geschreven heb,
dat heb ik geschreven.

26. Koraal
Op de bodem van mijn hart
zijn het uw naam en uw kruis alleen
die altijd en elk uur fonkelen,
daar kan ik blij om zijn.
Laat het beeld in mij verschijnen
tot troost in mijn ellende
van hoe u, Christus,
zo mild bent doodgebloed.

27. Recitatief
Evangelist
En toen de soldaten
Jezus hadden gekruisigd,
namen ze zijn kleren
en verdeelden ze in vieren,
voor elke soldaat een deel,
en ook het onderkleed.
Maar het onderkleed was zonder naad,
van bovenaf aan één stuk geweven.
Toen zeiden ze tegen elkaar:
koor
Laten we dat niet scheuren,
maar erom loten wie het krijgt.
Evangelist
Opdat de Schrift vervuld zou worden,
die zegt:
'Zij hebben mijn kleren onder elkaar verdeeld
en over mijn kleed
hebben ze het lot geworpen.'
Dat deden de soldaten.
En bij het kruis stonden
zijn moeder en de zus van zijn moeder,
Maria de vrouw van Klopas,
en Maria Magdalena.
Toen nu Jezus zijn moeder zag
en naast haar de discipel
die hij liefhad,
zei hij tegen zijn moeder:
Jezus
Vrouw, kijk, dat is je zoon.
Evangelist
Daarna zei hij tegen de discipel:
Jezus
Kijk, dat is je moeder.

28. Koraal 
Hij zorgde voor alles
in zijn laatste uur.
Hij dacht nog aan zijn moeder,
gaf haar een voogd.
O mens, stel orde op zaken,
heb God en de mensen lief,
sterf daarna zonder enig leed,
en wees niet bedroefd!

29. Recitatief
Evangelist
En vanaf dat moment
nam de discipel haar bij zich.
Daarna, toen Jezus wist
dat alles al volbracht was,
zei hij, opdat de Schrift vervuld
zou worden:
Jezus
Ik heb dorst.
Evangelist
Er stond daar een vat met zure wijn.
En ze drenkten een spons
in de zure wijn en staken die
op een hysoptak
en hielden die voor zijn mond.
En toen Jezus de zure wijn
had genomen, zei hij:
Jezus
Het is volbracht.

30. Aria 
Het is volbracht!
O troost voor de gekwetste zielen.
De droeve nacht
telt nu haar laatste uur.
De held uit Juda wint met macht
en beslecht de strijd.
Het is volbracht!

31. Recitatief
Evangelist
En hij boog het hoofd en stierf.

32. Aria en koraal
Mijn dierbare Heiland, mag ik vragen,
Jezus, u die dood was,
nu u aan het kruis bent genageld
en zelf hebt gezegd: Het is volbracht,
leeft nu eeuwig,
ben ik nu van het sterven bevrijd?
in mijn laatste doodsnood
richt ik mij nergens anders op
Kan ik door uw pijn en uw dood
het hemelrijk erven?
Is er nu verlossing voor iedereen?
dan op u, die mij verzoent,
o mijn dierbare Heiland!
U kunt van pijn
weliswaar niets zeggen,
Geef mij slechts wat u hebt verdiend,
maar u buigt het hoofd
en zegt stilzwijgend: Ja.
meer verlang ik niet.

33. Recitatief
Evangelist 
En kijk,
het gordijn in de tempel
scheurde in tweeën,
van boven naar beneden.
En de aarde beefde,
en de rotsen spleten,
en de graven gingen open,
en veel lichamen van de heiligen stonden op.

 34. Arioso
Mijn hart, nu de hele wereld
met Jezus’ lijden meelijdt,
nu de zon rouwkleding aantrekt,
het gordijn scheurt, de rots uiteenvalt,
de aarde beeft, de graven splijten
omdat ze de Schepper zien verstijven,
wat wil jij op jouw plaats doen?

35. Aria
Smelt weg, mijn hart,
in stromen van tranen,
tot eer van de Allerhoogste!
Klaag de wereld
en de hemel je nood:
Jouw Jezus is dood!

36. Recitatief
Evangelist
En de Joden, omdat het
de voorbereidingsdag voor Pasen was
en ze niet wilden dat de lichamen op de
sabbat aan het kruis bleven hangen
(want deze sabbat
was een grote dag),
vroegen Pilatus
of hun benen gebroken konden worden
en ze van het kruis konden worden gehaald.
Toen kwamen de soldaten
en die braken de benen van de eerste
en van de andere
die met hem gekruisigd was.
Maar toen ze bij Jezus kwamen,
zagen ze
dat hij al gestorven was
en braken ze zijn benen niet,
maar een van de soldaten
stak in zijn zij met een speer,
en meteen liep er bloed
en water uit.
En hij die het gezien heeft,
heeft ervan getuigd,
en zijn getuigenis is waar,
en hij weet
dat hij de waarheid spreekt,
opdat u gelooft.
Want dit is gebeurd opdat de Schrifttekst
‘Jullie zullen hem geen been breken’,
zou worden vervuld:
En ook zegt een andere tekst:
‘Ze zullen zien
in wie ze hebben gestoken.’

37. Koraal 
O help, Christus, Zoon van God,
met uw bittere lijden
dat wij u altijd gehoorzamen,
alle ondeugd mijden,
uw dood en de oorzaak daarvan
met vrucht overdenken,
en u daarvoor, hoewel arm en zwak,
dankoffers schenken!

38. Recitatief
Evangelist: 
Daarna vroeg Jozef van Arimathea,
die een volgeling van Jezus was
(maar in het geheim, uit vrees voor de Joden),
aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus
van het kruis mocht halen.
En Pilatus stond het toe.
En ook Nicodemus,
die ooit ’s nachts
bij Jezus was gekomen, ging erheen,
en hij had een mengsel van mirre en aloë
bij zich, wel honderd pond.
Ze namen het lichaam van Jezus
en wikkelden het in linnen doeken
met specerijen, zoals de Joden
dat doen als ze iemand begraven.
Dichtbij de plek
waar hij gekruisigd was, was een hof,
en in die hof was een nieuw graf,
waar nog niemand in had gelegen.
Daar legden ze Jezus in,
ter wille van de voorbereidingsdag van de Joden,
omdat dat graf dichtbij was.

39. Koor
Rust zacht, heilige beenderen,
die ik nu niet blijf bewenen,
rust zacht
en breng ook mij tot rust.
Het graf, dat voor jullie bestemd is
en nu geen nood meer kent,
opent voor mij de hemel
en sluit de hel.

40. Koraal
Christus, lam van God,
die de zonden van de wereld draagt,
ontferm u over ons!
Christus, lam van God,
die de zonden van de wereld draagt,
geef ons uw vrede! Amen.

vertaling © Ria van Hengel

Credits

  • Publicatiedatum
    31 maart 2022
  • Opnamedatum
    30 maart 2021
  • Locatie
    Grote Kerk, Naarden
  • Dirigent
    René Jacobs
  • Evangelist (tenor)
    Daniel Johannsen
  • Sopraan
    Robin Johannsen
  • Alt
    Alberto Miguélez Rouco
  • Tenor
    Thomas Hobbs
  • Bas
    Johannes Kammler (Jezus), Arttu Kataja (aria's + Pilatus)
  • Ripiënisten sopraan
    Marta Paklar (Ancilla), Lauren Armishaw, Amelia Berridge
  • Ripiënisten alt
    Sofia Gvirts, Michaela Riener, Elsbeth Gerritsen
  • Ripiënisten tenor
    João Moreira, Christopher Renz (Servus), Jasper Dijkstra
  • Ripiënisten bas
    Donald Bentvelsen (Petrus), Pierre-Guy Le Gall White, Jaap van der Wel
  • Viool 1
    Shunske Sato, Sayuri Yamagata, Lucia Giraudo
  • Viool 2
    Pieter Affourtit, Annelies van der Vegt, Anneke van Haaften
  • Altviool
    Staas Swierstra, Deirdre Dowling
  • Cello
    Lucia Swarts, Barbara Kernig
  • Contrabas
    Robert Franenberg
  • Viola da gamba
    Mieneke van der Velden
  • Traverso
    Marten Root, Doretthe Janssens
  • Hobo
    Emma Black, Katharina Verhaar
  • Fagot
    Benny Aghassi
  • Klavecimbel
    Siebe Henstra
  • Theorbe
    Shizuko Noiri
  • Regie
    Ferenc Soeteman
  • Muziekopname
    Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Lilita Dunska, Pim van der Lee
  • Audiomontage- en mix
    Guido Tichelman, Lilita Dunska
  • Assistent audioregie
    Marloes Biermans
  • Productie concert
    Marco Meijdam
  • Opname gemaakt door
    de NTR

Johannes-Passion

Van de Johannes-Passion zijn twee verschillende versies opgenomen voor All of Bach. Bekijk hier bekijk versies.

Help ons All of Bach te voltooien Help ons All of Bach te voltooien

Help ons All of Bach te voltooien

Een groot deel moet nog opgenomen worden voordat het gehele oeuvre van Bach online staat. Dit redden we niet zonder financiële steun van donateurs. Help ons de muzikale nalatenschap van Bach te voltooien en steun ons met een gift!