Gott, wie groẞ ist deine Güte

Gott, wie groẞ ist deine Güte

BWV 462 uitgevoerd door Daniel Johannsen en Matthias Havinga
Walburgiskerk, Zutphen

  • 1. Gott, wie groß ist deine Güte
  • 2. Deine Güte ist mein Leben
  • 3. Besser macht es deine Güte
  • 4. Darum bitt ich deine Güte

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Achtergrondvideo's
Achtergrondvideo's
Teksten
Teksten
Credits
Credits

Bach x Schemelli

Een kalm en sereen lied over het geloof in God

In 1736 bracht de piëtist Schemelli een gezangboek voor huiselijke devotie uit, dat maar liefst 954 liederen bevatte, waarvan er 69 voorzien waren van melodie, tekstbegin en baslijn. Aangenomen wordt dat een aantal van die 69 melodieën door Bach zijn geschreven – dit zou deel hebben uitgemaakt van zijn taken als kerkmusicus. Bovendien was Bach de muziekleraar van Schemelli’s zoon.

Opvallend is het duidelijk vaststaande feit dat Schemelli zelf de vier coupletten van dit lied, Gott, wie groß ist deine Güte, schreef. De tekst is mooi, hoewel hij niet het niveau haalt van Paul Gerhardt of Georg Neumark, beroemde tekstschrijvers uit Schemelli's tijd. Maar het biedt een interessant kijkje in de gedachten van de man die kosten noch moeite spaarde om een gezangboek met 954 liederen te laten drukken. Het heeft Bach waarschijnlijk ertoe bewogen dit gedicht op te nemen in de bewerkingen van Schemelli's liedboek die hij zorgvuldig samenstelde.

Misschien was het ook een blijk van respect van Bach voor de heer Schemmel, zoals hij oorspronkelijk heette. De melodie – die verder nergens is teruggevonden – zou zelfs van Schemelli zelf kunnen zijn. Ze is in ieder geval nobel en verfijnd genoeg: vloeiende achtste-notenloopjes in zowel de zanglijn als de bas, prachtig in balans, met schitterende modulaties. Maar zelfs zonder een expliciete vermelding van de componist wijst alles toch al snel in de richting van J. S. Bach.

Dankbaarheid voor Gods goedheid en lofprijzing van zijn barmhartigheid waren thema’s die Bach na aan het hart lagen. Dankbaarheid ondanks ziekte en het verlies van tien kinderen lijkt vandaag de dag bijna onvoorstelbaar. Toch vinden we in dit lied uit de jaren 1730 een kalm, zelfverzekerd en zelfs sereen geloof.

Musicalisches Gesang-Buch G.C. Schemelli
Liedboeken voor privégebruik waren in de achttiende eeuw een belangrijke tool voor eenvoudige, huiselijke devotie. Zo verschenen van Johann Freylinghausens Geistreiches Gesangbuch maar liefst 17 edities tussen 1704 en 1734. Twee jaar later lanceerde piëtist Georg Christian Schemmel alias Schemelli zijn eigen gezangboek met niet minder dan 954 gezangen, waarvan 69 met melodie, tekstbegin en baslijn. Om de concurrentie voorbij te streven, betrok hij misschien wel de beroemdste muziekconsulent ooit, én de muziekleraar van zijn zoontje: Bach. Van de 21 originele melodieën in de bundel (BWV 439-509) worden er na intensief onderzoek nog maar drie met zekerheid toegeschreven aan de Thomascantor: BWV 452, 478 en 505; de andere zijn begeleidingen, herwerkingen en verbeteringen. Bachs precieze rol in Schemelli’s Gesangbuch zal wel altijd een mysterie blijven.

Achtergrondvideo's

Daniel Johannsen over vrijheid in barok

"Bij deze barokmuziek kun je de vrijheid nemen, vooral in de recitatieven"

Schemelli’s Musicalisches Gesang-Buch

"[Bach] zou zo bijdragen aan een nobel theologisch, moreel doel, als hij de uitgave op weg zou helpen wat betreft de muzikale invulling."

Teksten

Origineel

Gott, wie groß ist deine Güte!
die mein Herz auf Erden schmeckt.
Ach! wie labt sich mein Gemüte,
wenn mich Not und Tod erschreckt.
Wenn mich etwas will betrüben,
wenn mich meine Sünde presst,
zeiget sie von deinem Lieben,
das mich nicht verzagen lässt.
Drauf ich mich zufrieden stelle
und Trotz bieten kann der Hölle.

Deine Güte ist mein Leben
und mein allerbestes Teil,
das niemand, als du, kann geben,
du mein auserwähltes Heil.
Alles, was die Welt besitzet,
womit sie zu prangen pflegt,
hat noch keinen nie genützet,
ja wenn mans genau erwägt,
senkt es manchen ins Verderben,
dass er hier und dort muss sterben.

Besser macht es deine Güte,
die bewahret Leib und Seel,
denn die erste Lebensblüte
wird bewahret durch dies Öl.
Niemand kann sein Leben fristen,
auch nicht einen Augenblick,
weil wir gleich vergehen müssten,
wo du diese zögst zurück;
niemand kann sich von dem Bösen
sonder deiner Güt erlösen.

Darum bitt ich deine Güte,
deine Gnade und Wundertreu,
o mein Vater! mich behüte,
dass ich nicht verlassen sei.
Stärke mich mit deinem Geiste,
wenn ich werde hingerafft,
und vor allen, was das meiste,
gib mir stets des Glaubens Kraft;
lass mich deine Liebe schmecken,
wenn du mich wirst auferwecken.

Vertaling

God, wat groot is uw goedheid
die mijn hart op aarde mag smaken.
Ach, wat laaft mijn gemoed zich
als nood en dood mij angst aanjagen.
Als iets mij verdrietig maakt,
als mijn zonde mij bedrukt,
dan toont die goedheid mij uw liefde
die maakt dat ik de moed niet verlies.
Daardoor kan ik tevreden zijn
en de hel weerstaan.

Uw goedheid is mijn leven
en het allerbeste wat ik heb,
wat niemand behalve u mij kan geven,
u, mijn uitverkoren heil.
Alles wat de wereld bezit,
waarmee ze pleegt te pronken,
is nog nooit voor iemand nuttig geweest,
ja, welbeschouwd
stort het menigeen in het verderf
en moet hij hier en daarginds sterven.

Heilzamer is uw goedheid
die lichaam en ziel bewaart,
want de eerste levensbloei
wordt door deze olie beschermd.
Niemand kan zijn leven verlengen,
nog niet één ogenblik,
want wij zouden meteen vergaan
als u uw goedheid terugtrok;
niemand kan zich van het kwaad bevrijden
zonder uw goedheid.

Daarom bid ik dat uw goedheid,
uw genade en wondertrouw,
o, mijn vader, mij behoeden,
zodat ik niet verlaten ben.
Sterk mij met uw geest
als ik word weggerukt,
en vooral, dat is het belangrijkste,
geef mij steeds de kracht van het geloof;
laat mij uw liefde smaken
als u mij zult opwekken.

vertaling © Ria van Hengel, juni 2026

 



Credits

  • Publicatiedatum
    4 juni 2026
  • Opnamedatum
    28 mei 2024
  • Locatie
    Walburgiskerk, Zutphen
  • Tenor
    Daniel Johannsen
  • Orgel
    Matthias Havinga
  • Instrument
    Henrick Bader, 1639/1643
  • Regie en beeldmontage
    Gijs Besseling
  • Muziekopname
    Guido Tichelman, Pim van der Lee
  • Audiomontage en -mix
    Guido Tichelman
  • Camera
    Danny Noordanus, Manon Hoskens, Remco van Leest
  • Grip
    Wouter Visser
  • Assistent audioregie
    Marloes Biermans
  • Productie
    Lisanne Marlou de Kok