O Ewigkeit, du Donnerwort

O Ewigkeit, du Donnerwort

BWV 60 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging
onder leiding van Shunske Sato
Waalse Kerk, Amsterdam

  • Menu
  • 1. O Ewigkeit (Arie)
  • 2. O schwerer Gang (Rezitativ)
  • 3. Mein letztes Lager (Arie)
  • 4. Der Tod bleibt (Rezitativ)
  • 5. Es ist genung (Choral)

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Teksten
Teksten
Credits
Credits

Tussen hoop en vrees

In deze dialoogcantate kan alleen de Bijbel de ziel tot rust brengen.

In het Lutherse geloof van Bachs tijd was er genoeg te vrezen. Het leven op aarde was een beerput aan kwellingen - een aaneenschakeling van wenen, klagen, zorgen en zuchten. Aan het eind wachtte je met geluk een hemelse beloning. Maar hoe wist je zeker dat je die zou ontvangen? Die vraag boezemde gelovigen uit Bachs tijd een diepe angst in. De uitdaging van de gelovige was om door die angst heen hoop op redding te houden.

In deze dialoogcantate nemen de Angst en de Hoop het letterlijk tegen elkaar op. Beide gevoelens worden vertegenwoordigd door een zanger: de Angst door een alt (een jongensstem in Bachs tijd) en de Hoop door een tenor.

Het koraal O Ewigkeit du Donnerwort vormt een bloedstollend begin. De begeleiding klinkt zenuwachtig en onrustig. Boven die begeleiding zingt de alt de koraalmelodie, ondersteund door een barokhoorn, statig, maar door de begeleiding onbestemd. Terwijl de Angst zingt over “grote treurnis” en een “ongerust hart” onderbreekt de Hoop steeds met citaten uit de Bijbel: “Ik wacht op uw redding.” De Angst is niet gerustgesteld. Ook in het aansluitende recitatief en het daaropvolgende duet blijft de Hoop vergeefs vechten tegen de Angst. Pas in deel 4, het laatste voor het afsluitende koraal, weten woorden uit de Openbaring van Johannes de Angst te kalmeren: “Zalig zijn de doden die in de Heer sterven van nu af aan.” Het meest angstaanjagende bijbelboek, met zijn beschrijving van het einde der tijden, blijkt ook de krachtigste troost.

In het slotkoraal zijn alle beproevingen uit de cantate opgelost. Angst voor de dood is nu geheel afwezig en vervangen door juist een verlangen naar de dood: “Het is genoeg, mijn heer… Ik treed binnen in het hemelshuis… mijn grote jammerklacht blijft beneden. Het is genoeg.” En dit alles in misschien wel Bachs meest avontuurlijke koraalzetting: de eerste drie noten van het koraal gaan elk een hele toon omhoog, waardoor je bij een tritonus uitkomt: een hevig dissonant interval. Maar waar dat interval tegenwoordig vaak gevreesd wordt als de duivel in muziek kun je hem hier lezen als een hevig verlangen dat alle aardse regels openbreekt om op te stijgen naar de hemel.

 

BWV
60
Titel
O Ewigkeit, du Donnerwort
Instrument
Alt, Bas, Sopraan, Tenor
Genre
cantates
Jaartal
1723
Stad
Leipzig
Tekstdichter
onbekend
Bestemming
24e zondag na Trinitatis
Eerste uitvoering
7 november 1723

Met dank aan

Achtergrondvideo's

Teksten

Origineel

1. Arie (Alt, Tenor)
O Ewigkeit, du Donnerwort,
o Schwert, das durch die Seele bohrt,
o Anfang sonder Ende!
O Ewigkeit, Zeit ohne Zeit,
ich weiß vor großer Traurigkeit
nicht, wo ich mich hinwende;
mein ganz erschrocknes Herze bebt,
daß mir die Zung am Gaumen klebt.
Herr, ich warte auf dein Heil.

2. Rezitativ (Alt, Tenor)
O schwerer Gang zum letzten Kampf und Streite!
Mein Beistand ist schon da,
mein Heiland steht mir ja
mit Trost zur Seite.
Die Todesangst, der letzte Schmerz
ereilt und überfällt mein Herz
und martert diese Glieder.
Ich lege diesen Leib vor Gott zum Opfer nieder.
Ist gleich der Trübsal Feuer heiß,
genung, es reinigt mich zu Gottes Preis.
Doch nun wird sich der Sünden große Schuld
vor mein Gesichte stellen.
Gott wird deswegen doch
kein Todesurteil fällen.
Er gibt ein Ende den Versuchungsplagen,
daß man sie kann ertragen.

3. Arie (Alt, Tenor)
Mein letztes Lager will mich schrecken,
mich wird des Heilands Hand bedecken,
des Glaubens Schwachheit sinket fast,
mein Jesus trägt mit mir die Last.
Das offne Grab sieht greulich aus.
Es wird mir doch ein Friedenshaus.

4. Rezitativ (Alt, Bass)
Der Tod bleibt doch
der menschlichen Natur verhaßt
und reißet fast die Hoffnung ganz zu Boden.
Selig sind die Toten;
Ach! aber ach, wieviel Gefahr
stellt sich der Seele dar,
den Sterbeweg zu gehen!
Vielleicht wird ihr der Höllenrachen
den Tod erschrecklich machen,
wenn er sie zu verschlingen sucht;
vielleicht ist sie bereits verflucht
zum ewigen Verderben.
Selig sind die Toten,
die in dem Herren sterben;
Wenn ich im Herren sterbe,
ist denn die Seligkeit mein Teil und Erbe?
Der Leib wird ja der Würmer Speise!
Ja, werden meine Glieder
zu Staub und Erde wieder,
da ich ein Kind des Todes heiße,
so schein ich ja im Grabe zu verderben.
Selig sind die Toten,
die in dem Herren sterben,
von nun an.
Wohlan! soll ich von nun an selig sein:
so stelle dich, o Hoffnung, wieder ein!
Mein Leib mag ohne Furcht im Schlafe ruhn,
der Geist kann einen Blick in jene Freude tun.

5. Choral
Es ist genung;
Herr, wenn es dir gefällt,
so spanne mich doch aus!
Mein Jesus kömmt;
nun gute Nacht, o Welt!
Ich fahr ins Himmelshaus,
ich fahre sicher hin mit Frieden,
mein großer Jammer bleibt danieden.
Es ist genung.

Vertaling

1. Aria (Alt, Tenor)
O eeuwigheid, woord als een donderslag,
o zwaard dat de ziel doorboort,
o begin zonder einde!
O eeuwigheid, tijd zonder tijd,
ik weet van groot verdriet,
niet waarheen ik mij moet wenden;
mijn totaal verschrikte hart beeft zo
dat mijn tong aan mijn verhemelte kleeft.
Heer, ik wacht op uw heil.

2. Recitatief (Alt, Tenor)
O zware gang naar de laatste strijd!
Mijn bijstand is er al,
mijn Heiland staat mij immers
met troost terzijde.
De doodsangst, de laatste pijn
verrast en overvalt mijn hart
en pijnigt mijn ledematen.
Ik leg dit lichaam voor God als een offer neer.
Al is het vuur van de ellende verzengend,
genoeg, het reinigt mij tot eer van God.
Maar nu zal ik oog in oog staan
met de grote schuld van mijn zonden.
Toch zal God daarom
geen doodvonnis vellen.
Hij stelt een limiet aan de plagen van de verzoeking
zodat ze te dragen zijn.

3. Aria (Alt, Tenor)
Mijn laatste rustplaats jaagt mij angst aan,
De hand van de Heiland zal mij bedekken,
het zwakke geloof daalt bijna tot nul,
mijn Jezus draagt met mij de last.
het open graf ziet er gruwelijk uit.
Toch wordt het voor mij een huis van vrede.

4. Recitatief (Alt, Bas)
De dood blijft
gehaat voor de menselijke aard
en slaat bijna alle hoop de bodem in.
Zalig zijn de doden;
Ach, ach, hoeveel gevaar
doemt er niet op voor de ziel
op de weg van het sterven!
Misschien zal de hellemuil
de dood voor haar angstaanjagend maken
wanneer hij haar probeert te verslinden;
misschien is zij al gedoemd
tot de eeuwige ondergang.
Zalig zijn de doden
die in de Heer sterven;
Als ik in de Heer sterf
is dan de zaligheid mijn deel?
Het lichaam valt immers ten prooi aan de wormen!
Ja, mijn ledematen keren
terug tot stof en aarde;
omdat ik een kind des doods heet
schijn ik in het graf te gronde te gaan.
Zalig zijn de doden
die in de Heer sterven,
van nu af.
Welaan! Wil ik van nu aan zalig zijn,
kom dan, o hoop, opnieuw in mij wonen!
Mijn lichaam mag zonder vrees rusten in de slaap,
de geest kan uitzien naar die vreugde.

5. Koraal
Het is genoeg;
Heer, als het u behaagt,
geef mij dan rust!
Mijn Jezus komt;
goede nacht dus, o wereld!
Ik ga naar het hemelse huis,
ik ga zeker heen in vrede,
mijn grote ellende blijft hier beneden.
Het is genoeg.

vertaling © Ria van Hengel

Credits

  • Release date
    24 November 2022
  • Recording date
    26 August 2021
  • Location
    Waalse Kerk, Amsterdam
  • Violin and direction
    Shunske Sato
  • Soprano
    Dorothee Mields
  • Alto
    Alex Potter
  • Tenor
    Thomas Hobbs
  • Bass
    Stephan MacLeod
  • Violin 2
    Pieter Affourtit
  • Viola
    Femke Huizinga
  • Cello
    Lucia Swarts
  • Double bass
    Robert Franenberg
  • Oboe d’amore
    Marcel Ponseele, Nienke van der Meulen
  • Bassoon
    Benny Aghassi
  • Horn
    Chris Price
  • Harpsichord
    Siebe Henstra
  • Organ
    Matthias Havinga
  • Director and editor
    Bas Wielenga
  • Music recording
    Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Pim van der Lee
  • Music edit and mix
    Guido Tichelman
  • Camera
    Martin Struijf, Jesper Blok, Bjorn Tiebout
  • Lights
    Emile Groenewoud
  • Grip
    Tommie Janssen, Thomas Leur
  • Assistent director
    Lilita Dunska
  • Set technique
    Renger Hartog
  • Project manager nep
    Marco Korzelius
  • Assistant music recording
    Marloes Biermans
  • Producer concert
    Marco Meijdam
  • Producer film
    Jessie Verbrugh
  • Supported by
    MWH4impact
Help ons All of Bach te voltooien Help ons All of Bach te voltooien

Help ons All of Bach te voltooien

Een groot deel moet nog opgenomen worden voordat het gehele oeuvre van Bach online staat. Dit redden we niet zonder financiële steun van donateurs. Help ons de muzikale nalatenschap van Bach te voltooien en steun ons met een gift!