O Lamm Gottes, unschuldig

O Lamm Gottes, unschuldig

BWV 618 uitgevoerd door Leo van Doeselaar
Walburgiskerk, Zutphen

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Achtergrondvideo's
Achtergrondvideo's
Credits
Credits

Gebed in canon

Bach introduceert met een bekend paas-koraal een nieuwe techniek

Met zijn Orgelbüchlein combineerde Bach handig twee van zijn vele petten: die van componist en leermeester. Het Orgelbüchlein biedt een weerslag van zijn onwaarschijnlijke parcours als componist, en tegelijk een soort studiegids voor beginnende organist-improvisatoren. Met het ‘orgelboekje’ in de hand leren de organisten stuk voor stuk hun capaciteiten uit te bouwen.

In O Lamm Gottes, unschuldig – een van de composities die in het Orgelbüchlein terechtkwamen – krijgt de canontechniek een spannende upgrade. Canons worden vaak unisono gezongen, denk aan Vader Jacob. En zo ook alle canons in het Büchlein vóór O Lamm Gottes, unschuldig: elke stem zet steeds netjes na elkaar in, op dezelfde toon. In BWV 618 zet Bach een volgende stap met een canon ‘alla quinta’: hier zetten twee of meer stemmen op verschillende tijdstippen dezelfde melodie in, maar – anders dan in een unisono canon – op een andere toonhoogte, namelijk met een kwint afstand van elkaar. 

Na enkele maten prelude spreekt eerst de tenor, en vijf tonen hoger (en twee tellen later) de alt. De wet van de canon is helder: de melodie is onveranderlijk, zelfs als dat scherpe dissonanten oplevert of ‘verboden’ wendingen, dus zo’n afstand tussen de stemmen leidt vaak tot harmonische spanning. En des te meer als een melodie niet speciaal voor een canon is ontworpen, zoals het geval is bij een koraal.

Bachs genie spreekt uit de manier waarop hij het onverbiddelijke spel tussen de canonstemmen weet te presenteren. Er is een technische kant, waar de speelse sopraan en bas de strengheid van de canon bij momenten wat kunnen verzachten. Maar ook symbolisch spelen de begeleidende stemmen hun rol, bijvoorbeeld met het alom hoorbare zuchtende motiefje dat voor het slepen van het kruis kan staan, of voor het dragen van onze zonden. Of nog met extra chromatiek (van chromatiek wordt gesproken wanneer een melodie of akkoord noten bevat die niet in de gebruikte toonsoort thuishoren, red.) op ‘verzagen’, in de een-na-laatste lijn van het koraal. Met zo’n briljant voorbeeld kon de startende kerkmuzikant zijn arsenaal gevoelig uitbreiden.

Orgelbüchlein, BWV 599-644
Bach begon al in zijn tijd als hoforganist in Weimar (1708-1714) een eerste collectie aan te leggen van koraalbewerkingen en koraalvoorspelen (composities op basis van lutherse kerkliederen). Deze waren bedoeld voor in de kerkdienst, de voorspelen als inleiding voor de gemeentezang. Blijkens de inhoudsopgave in Bachs manuscript had het een bundel met 164 composities moeten worden, maar het werden er uiteindelijk niet meer dan 46 (BWV 599-644). Die ordening, gecombineerd met de geringe lengte van de stukken, wijst erop dat Bach van plan is geweest een complete cyclus van koraalbewerkingen samen te stellen. Later, in zijn tijd in Köthen, voorzag hij de bundel van een titelpagina. Daarop staat: Orgel-Büchlein, Worinne einem anfahenden Organisten Anleitung gegeben wird, auff allerhand Arth einen Choral durchzuführen… (Orgelboekje, waarin een beginnend organist geleerd wordt een koraal op allerlei manieren te bewerken…). De verzameling bestemde hij dus toen pas als leerboek, wellicht om in 1722 te presenteren bij zijn sollicitatie voor de post van Thomascantor in Leipzig, waar hem een belangrijke onderwijstaak te wachten stond. De leerlingen zullen er een kluif aan gehad hebben, want in een notendop bevatten de voorspelen het complete gamma aan barokke klaviertechnieken.

Achtergrondvideo's

Leo van Doeselaar zegt het volgende over orgelregistratie:

"Dit soort grote orgels, met meerdere 'werken', zijn eigenlijk vier orgels in een."

Teksten

Origineel

Vertaling

Credits

  • Publicatiedatum
    19 maart 2026
  • Opnamedatum
    27 mei 2024
  • Locatie
    Walburgiskerk, Zutphen
  • Orgel
    Leo van Doeselaar
  • Instrument
    Henrick Bader, 1639/1643
  • Regie en beeldmontage
    Gijs Besseling
  • Muziekopname
    Guido Tichelman, Pim van der Lee
  • Audiomontage en -mix
    Guido Tichelman
  • Camera
    Danny Noordanus, Manon Hoskens, Remco van Leest
  • Grip
    Wouter Visser
  • Assistent audioregie
    Marloes Biermans
  • Productie
    Lisanne Marlou de Kok