Christ lag in Todesbanden
BWV 625 uitgevoerd door Bart Naessens
Groote Kerk, Maassluis
Achter de muziek
Leven in de dood
Deze paasmelodie luidt juichend de eeuwigheid in
Jezus stierf om de gelovigen het eeuwige leven te schenken. Dit idee – de verzoening met een milde God door zijn immense offer – vormt de kern van het christelijke denken en wordt gevierd met het paasfeest. In Bachs tijd besprak men dit mysterie in de woorden van Luther, bijvoorbeeld in de koraaltekst ‘Christ lag in Todesbanden’ uit 1524. Vrij geïnspireerd op de 11e-eeuwse paashymne ‘Victimae paschali laudes’ dichtte de grote hervormer Luther een haast didactisch lied. Centraal staan de kosmische strijd met de dood, en de overwinning daarop – net als het paaslam dat symbolisch geofferd wordt, waardoor een zondaar genade kan vinden.
Bach zette de tekst van Luther op muziek: één keer integraal (BWV 4) en één keer als slotkoraal (BWV 158). En ook in de orgelwerken duikt de koraalmelodie enkele keren op: waar BWV 718 zowel de sombere als de vrolijke kant van het theologische thema belicht, gaat in deze compacte BWV 625 alle aandacht naar de overwinning. Onder een juichende bovenstem kunnen alt-, tenor- en baslijn zich het hele stuk door uitleven met een ‘rollend’ motiefje van zestiende noten. In dat drukke gewemel valt een frase extra op met rijke, schrijnende harmonie: de regel die in het eerste couplet de tekst ‘Gott loben und ihm dankbar sein’ heeft, maar in volgende coupletten vaak het woord ‘dood’ vermeldt. Een klein maar fijn voorbeeld van de woordschildering die Bachs vroege werken domineert.
Orgelbüchlein, BWV 599-644
Bach begon al in zijn tijd als hoforganist in Weimar (1708-1714) een eerste collectie aan te leggen van koraalbewerkingen en koraalvoorspelen (composities op basis van lutherse kerkliederen). Deze waren bedoeld voor in de kerkdienst, de voorspelen als inleiding voor de gemeentezang. Blijkens de inhoudsopgave in Bachs manuscript had het een bundel met 164 composities moeten worden, maar het werden er uiteindelijk niet meer dan 46 (BWV 599-644). Die ordening, gecombineerd met de geringe lengte van de stukken, wijst erop dat Bach van plan is geweest een complete cyclus van koraalbewerkingen samen te stellen. Later, in zijn tijd in Köthen, voorzag hij de bundel van een titelpagina. Daarop staat: Orgel-Büchlein, Worinne einem anfahenden Organisten Anleitung gegeben wird, auff allerhand Arth einen Choral durchzuführen… (Orgelboekje, waarin een beginnend organist geleerd wordt een koraal op allerlei manieren te bewerken…). De verzameling bestemde hij dus toen pas als leerboek, wellicht om in 1722 te presenteren bij zijn sollicitatie voor de post van Thomascantor in Leipzig, waar hem een belangrijke onderwijstaak te wachten stond. De leerlingen zullen er een kluif aan gehad hebben, want in een notendop bevatten de voorspelen het complete gamma aan barokke klaviertechnieken.
Met steun van
Rev Nancy en Dr William Raabe
Achtergrondvideo's
Teksten
Origineel
Vertaling
Credits
-
- Publicatiedatum
- 23 april 2026
-
- Opnamedatum
- 14 mei 2025
-
- Locatie
- Groote Kerk, Maassluis
-
- Orgel
- Bart Naessens
-
- Instrument
- Rudolph Garrels, 1732
-
- Regie en beeldmontage
- Onno van Ameijde
-
- Muziekopname
- Guido Tichelman, Pim van der Lee
-
- Audiomontage en -mix
- Guido Tichelman
-
- Camera
- Onno van Ameijde, Rieks Soepenberg, Merijn Stojansek
-
- Assistent audioregie
- Marloes Biermans
-
- Productie
- Lisanne Marlou de Kok