Das Wohltemperirte Clavier I nr. 15 in G groot

Das Wohltemperirte Clavier I nr. 15 in G groot

BWV 860 uitgevoerd door Ketil Haugsand
in zijn huis in Keulen, Duitsland

  • Intro
  • 1. Prelude
  • 2. Fuga

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Achtergrondvideo's
Achtergrondvideo's
Credits
Credits

Niks aan de hand

Na een wiegend begin springt Bach plotseling uit de band.

Volgens de in Duitsland wonende Noorse klavecinist Ketil Haugsand is G groot de lichtste van alle toonsoorten. Inderdaad gaat in deze Prelude en fuga in G groot de rechterhand zich vanaf het begin te buiten aan dartele arpeggio’s. “Een frisse salade, niks aan de hand”, zegt Haugsand. Hij voegt er wel aan toe dat het stuk niet per se gemakkelijk te spelen is. De speelse figuren komen ook in de linkerhand voor, en al met al is de compositie nogal virtuoos.
Op de relatief korte Prelude volgt een even uitbundige Fuga. Het thema is vrij lang en ontleent zijn typische karakter aan een ‘verkeerd’ accent. Na een wiegend begin springt Bach plotseling uit de band met een grote sprong van een septiem, die hij ook nog eens herhaalt. Die dubbele sprong krijgt een signaalfunctie en doet ons het thema steeds weer herkennen, ook als het verderop verstopt zit in het drukke polyfone weefsel. De fuga is driestemmig, en in zijn klassieke boek over het Wohltemperirte Clavier uit 1942, vergelijkt Hans Brandts Buis de drie thema-inzetten met drie “komieke clowntjes [die] alle drie om elkaar heen springen, op de kop gaan staan, elkaar nabootsen, narennen, te vroeg met hun figuren invallen, passen uit hun figuren overslaan, al weer met iets anders bezig zijn, vóór ze zijn uitgesproken.”

Das Wohltemperirte Clavier, BWV 846-893
48 klavierstukken in alle 24 toonsoorten: dat was het soort uitdaging waar Bach van genoot. In elk van de twee delen van het Wohltemperirte Clavier bracht hij 24 keer het muzikale koppel prelude en fuga samen, twaalf in mineur, twaalf in majeur. In de preludes liet hij zijn fantasie de vrije loop, om in de fuga’s zijn mathematische hoogstandjes te verrichten. In tegenstelling tot de ijzeren discipline waarmee Bach zich voor zijn kerkelijke composities moest inzetten, kon hij zich hier overgeven aan intellectuele Spielerei zonder klemmende deadlines.

Het eerste deel van het Wohltemperirte Clavier stamt uit 1722, maar bevat muziek die deels al in de vijf jaar daarvoor werd geschreven. De ontstaansgeschiedenis van deel twee is minder helder: pas rond 1740 stelde hij dit tweede manuscript samen, maar opnieuw dateert een deel van de erin opgenomen preludes en fuga’s uit een veel eerdere periode. De doelgroep van deze verzameling stukken omschreef Bach zelf als volgt: ‘Zum Nutzen und Gebrauch der Lehr-begierigen Musicalischen Jugend, als auch dere in diesem studio schon habil seyenden besonderem ZeitVertreib.’ (‘Zowel ter lering van de ijverige muzikale jeugd als ter vermaak van de in deze materie al onderlegden.’)

BWV
860
Titel
Prelude en fuga in G groot
Bijnaam
nr. 15 uit Das Wohltemperirte Clavier I
Instrument
Klavecimbel
Genre
klavierwerken
Serie
Das Wohltemperirte Clavier
Jaartal
1722 of eerder
Stad
Köthen (of Weimar?)

Achtergrondvideo's

Klavecinist Ketil Haugsand

“Ik heb nu een heel andere verhouding met deze muziek dan 50 of 60 jaar geleden.”

Teksten

Origineel

Vertaling

Credits

  • Publicatiedatum
    30 maart 2018
  • Opnamedatum
    28 februari 2017
  • Locatie
    Keulen, Duitsland
  • Klavecinist
    Ketil Haugsand
  • Klavecimbel
    Martin Skowroneck, Bremen, 1985
  • Regie en interview
    Jan Van den Bossche
  • Muziekopname, -montage en -mix
    Guido Tichelman
  • Camera en beeldmontage spel
    Gijs Besseling
  • Beeldmontage interview
    Ane C. Ose
  • Productie
    Jessie Verbrugh
Help ons All of Bach te voltooien Help ons All of Bach te voltooien

Help ons All of Bach te voltooien

Een groot deel moet nog opgenomen worden voordat het gehele oeuvre van Bach online staat. Dit redden we niet zonder financiële steun van donateurs. Help ons de muzikale nalatenschap van Bach te voltooien en steun ons met een gift!