Sonata a traversa, violino e continuo uit Musikalisches Opfer

Sonata a traversa, violino e continuo uit Musikalisches Opfer

BWV 1079/3 uitgevoerd door Marten Root, Shunske Sato,
Mieneke van der Velden en Leo van Doeselaar
Het Concertgebouw, Amsterdam

  • Menu
  • 1. Largo
  • 2. Allegro
  • 3. Andante
  • 4. Allegro

Achter de muziek

Verhaal
Verhaal
Achtergrondvideo's
Achtergrondvideo's
Credits
Credits

Triosonate op maat

Met een moderne triosonate bewijst de ‘oude Bach’ zijn meesterschap

Na zijn legendarische bezoek aan Potsdam keerde Bach huiswaarts met het thema van koning Frederik de Grote in het achterhoofd. Ter plekke had hij er een driestemmige fuga op geïmproviseerd (de Ricercar a 3) en een zeer formele zes-stemmige fuga lag nog in het verschiet (de Ricercar a 6). Maar Bach voelde dat hij meer kon doen met het ‘soggetto reale’ (koninklijke thema). Hij wilde het op alle mogelijke manieren inzetten, variërend van degelijk contrapunt tot postbarokke galante vormen. Want wie Bach ‘ouderwets’ durfde te noemen, en blijkbaar hoorde de fluitspelende Frederik bij die groep, zou in deze muziek een vitale componist met wijd open oren ontmoeten.

In deze Triosonate voor fluit, viool en continuo suggereert Bach het koninklijke thema meer dan dat hij het echt uitspeelt. De baslijn van het eerste deel geeft slechts een hint, terwijl de chromatische lijnen in het vierde deel doen herinneren aan de karakteristieke halve stapjes. Alleen in het tweede, snelle deel klinkt het onmiskenbare ‘thema regium’ (thema van de koning), een ware aha-erlebnis in het elegante stemmenweefsel.

In het Andante noteerde Bach bij echo-effect in de muziek de aanwijzingen ‘forte’ en ‘piano’, uitzonderlijk voor hem – hij gaf vrijwel nooit dergelijke aanwijzingen – maar helemaal up to date à la Quantz en Bachzoon Carl Philipp Emanuel. De weelderige melodieën, ritmes, harmonieën en eindeloze ‘zuchtjes’ passen helemaal bij hun vernieuwende Empfindsame Stil. De muzikanten van de Bachvereniging slaan trouwens nog een brug met zowel een moderne fortepiano als een ouderwetse – of beter ‘vintage’? – viola da gamba, instrumenten die ook in Potsdam naast elkaar werden bespeeld.
Terwijl het atypische Bachwerk naar stijl en bezetting ideaal zou klinken op Frederiks dagelijkse privéconcerten, ontbreekt elk spoor van een uitvoering door de koning zelf. Misschien was de fluitpartij toch te uitdagend?

Musikalisches Opfer, BWV 1079
Het Musikalisches Opfer is een bijzondere collectie kamermuziek binnen het werk van Johann Sebastian Bach, geschreven voor Frederik de Grote van Pruissen. Musikalisches Opfer betekent zoiets als: een muzikaal cadeau – en precies dat is de collectie ook in oorsprong.
Het begint allemaal in mei 1747 als Bach in Potsdam op bezoek is bij zijn zoon Carl Philipp Emanuel, die werkte aan het hof van Frederik de Grote. Bach werd bij Frederik geïntroduceerd en tijdens hun ontmoeting gaf Frederik, die gehoord had dat Bach een groot improvisator was, hem een thema en vroeg hem ter plekke een fuga te improviseren, ongetwijfeld de eerste worp van het Ricercar a 3. Bach deed dat volgens bronnen briljant, en toonde zich zo enthousiast over het ‘koninklijke thema’ dat hij beloofde om de fuga ‘op koper’ te laten graveren en drukken.

Zo gezegd, zo gedaan. Twee maanden later publiceerde Bach een serie composities, een triosonate, een driestemmige en een zes-stemmige ricercare en tien canons, allemaal geïnspireerd door het thema van de koning. Frederik kreeg een prachtige luxe print opgestuurd, en Bach deelde zijn meesterwerk uit aan zijn vrienden, ondanks de toch hoge drukkosten. Bach zelf noemde de verzameling overigens geen Musikalisches Opfer, maar Regis Iussu Cantio Et Reliqua Canonica Arte Resoluta (het door de koning opgegeven thema, met toevoegingen, opgelost in canonische stijl). De beginletters van deze uitgebreide titel vormen de term ricercar; een in die tijd gangbare benaming voor een instrumentaal stuk waarin diverse thema’s worden geïntroduceerd en geïmiteerd.

BWV
1079/3
Titel
Sonata a traversa, violino e continuo
Bijnaam
Triosonate
Instrument
viola da gamba, traverso, viool, fortepiano
Genre
kamermuziek
Jaartal
1747
Stad
Leipzig
Bestemming
geschreven voor Frederik de Grote
Eerste uitvoering
mei 1747

Met steun van

Achtergrondvideo's

Siebe Henstra en Leo van Doeselaar

“Met 'Clavier' kunnen bij Bach verschillende toetsinstrumenten worden bedoeld: een klavecimbel, klavichord, virginaal of een fortepiano. Henstra en Van Doeselaar bespreken de karakteristieken van deze instrumenten en hoe ze van elkaar verschillen.”

Teksten

Origineel

Vertaling

Credits

  • Publicatiedatum
    25 november 2021
  • Opnamedatum
    6 juli 2020
  • Locatie
    Het Concertgebouw, Amsterdam
  • Traverso
    Marten Root
  • Viool
    Shunske Sato
  • Viola da gamba
    Mieneke van der Velden
  • Fortepiano
    Leo van Doeselaar
  • Regie en beeldmontage
    Onno van Ameijde
  • Muziekopname
    Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Pim van der Lee
  • Audiomontage en -mix
    Guido Tichelman
  • Camera
    Onno van Ameijde, Jeroen Simons
  • Licht
    Emile Groenewoud
  • Lichtassistent
    Erwin Smit, Aden Zijp
  • Datahandling
    Stefan Ebels
  • Assistent audioregie
    Marloes Biermans
  • Productie
    Jessie Verbrugh
  • Met steun van
    MWH4impact

Musikalisches Opfer

Het Musikalisches Opfer is een bijzondere collectie kamermuziek binnen het werk van Johann Sebastian Bach, geschreven voor Frederik de Grote van Pruisen, en bestaat in totaal uit 13 delen.

Help ons All of Bach te voltooien

Een groot deel moet nog opgenomen worden voordat het gehele oeuvre van Bach online staat. Dit redden we niet zonder financiële steun van donateurs. Help ons de muzikale nalatenschap van Bach te voltooien en steun ons met een gift!