Der Tag, der ist so freudenreich
BWV 605 uitgevoerd door Bart Naessens
Groote Kerk, Maassluis
Achter de muziek
Een symbool van vreugde
Bach past in deze koraalbewerking vakkundig de ‘figura corta’ toe
Het koraal dat ten grondslag ligt aan dit orgelwerk, Der Tag, der ist so freudenreich, is een kerstkoraal: de vreugdevolle dag waarmee het eerste vers van het koraal begint is Kerstmis. Net zoals veel andere koraalbewerkingen in Bach’s Orgelbüchlein, is ook BWV 605 van begin tot eind doordesemd van één muzikaal motief dat voortdurend wordt herhaald: een snelle afwisseling tussen twee noten. Het effect is een vrolijke opgewondenheid die onder de koraalmelodie opborrelt.
Maar hoe luisterde een muzikale kenner in Bachs tijd naar een koraalbewerking zoals BWV 605? Hij of zij hoorde ten eerste geen muzikaal ‘motief’, maar een muzikaal ‘figuur’. In zijn muziektheoretische werk Phrynis Mytilenæus oder satyrischer Componist uit 1677 omschrijft Wolfgang Caspar Printz (1641-1717) het figuur dat Bach hier gebruikt als figura corta. Dat “bestaat uit drie snelle noten, waarvan er één zo lang is als de beide andere tezamen”. Die figuur kon in drie verschillende vormen voorkomen: kort-kort-lang, kort-lang-kort, of lang-kort-kort. Voor het oor gebruikt Bach in BWV 605 vooral kort-kort-lang. Ruim een halve eeuw later na het traktaat van Printz, in 1732, beschrijft Johann Gottfried Walther de figura corta in vrijwel dezelfde woorden in zijn Musicalisches Lexikon, hoewel hij de minder gebruikelijke vorm kort-lang-kort buiten beschouwing laat.
Zo’n klein ‘figuur’ had op zichzelf geen betekenis, legt Walther uit: “alle individuele in de muziek gebruikelijke tekens die klanken, hun lengte, pauzes, enz. aanduiden” worden figuren genoemd. Het waren de muzikale bouwstenen voor de componist. Een muzikale expert in Bachs tijd hoorde waarschijnlijk hoe vakkundig hij zo’n figuur had toegepast. Maar het allereerste wat iedere luisteraar waarschijnlijk herkende was het koraal met de bijbehorende tekst in het achterhoofd. En hoewel de figura corta geen intrinsieke betekenis heeft, werd die figuur hier, dankzij de context meteen een symbool van vreugde.
Orgelbüchlein, BWV 599-644
Bach begon al in zijn tijd als hoforganist in Weimar (1708-1714) een eerste collectie aan te leggen van koraalbewerkingen en koraalvoorspelen (composities op basis van lutherse kerkliederen). Deze waren bedoeld voor in de kerkdienst, de voorspelen als inleiding voor de gemeentezang. Blijkens de inhoudsopgave in Bachs manuscript had het een bundel met 164 composities moeten worden, maar het werden er uiteindelijk niet meer dan 46 (BWV 599-644). Die ordening, gecombineerd met de geringe lengte van de stukken, wijst erop dat Bach van plan is geweest een complete cyclus van koraalbewerkingen samen te stellen. Later, in zijn tijd in Köthen, voorzag hij de bundel van een titelpagina. Daarop staat: Orgel-Büchlein, Worinne einem anfahenden Organisten Anleitung gegeben wird, auff allerhand Arth einen Choral durchzuführen… (Orgelboekje, waarin een beginnend organist geleerd wordt een koraal op allerlei manieren te bewerken…). De verzameling bestemde hij dus toen pas als leerboek, wellicht om in 1722 te presenteren bij zijn sollicitatie voor de post van Thomascantor in Leipzig, waar hem een belangrijke onderwijstaak te wachten stond. De leerlingen zullen er een kluif aan gehad hebben, want in een notendop bevatten de voorspelen het complete gamma aan barokke klaviertechnieken.
Achtergrondvideo's
Teksten
Origineel
Vertaling
Credits
-
- Publicatiedatum
- 25 juni 2026
-
- Opnamedatum
- 14 mei 2025
-
- Locatie
- Groote Kerk, Maassluis
-
- Orgel
- Bart Naessens
-
- Instrument
- Rudolph Garrels, 1732
-
- Regie en beeldmontage
- Onno van Ameijde
-
- Muziekopname
- Guido Tichelman, Pim van der Lee
-
- Audiomontage en -mix
- Guido Tichelman
-
- Camera
- Onno van Ameijde, Rieks Soepenberg, Merijn Stojansek
-
- Assistent audioregie
- Marloes Biermans
-
- Productie
- Lisanne Marlou de Kok