Applicatio in C groot
BWV 994 uitgevoerd door Fernando Lourens
Maltezerhuis, Utrecht
Achter de muziek
Goede vingers, slechte vingers
Oefenmateriaal op postzegelformaat
Aan het barokke klavier heeft elke vinger een duidelijke taakomschrijving: de langere en meer krachtige vingers spelen de metrisch sterke noten, de andere vingers juist de zwakke. Door die natuurlijke articulatie ontstaat een soort micro-dynamiek tussen noten met meer of minder gewicht. Deze techniek wordt ‘gepaarde’ vingerzetting genoemd, waarbij de speler loopjes niet met de vijf vingers achter elkaar speelt, maar met telkens twee vingers, in paren dus.
Welke vingers als krachtig golden, was een kwestie van interpretatie, en tegen de tweede helft van de zeventiende eeuw begon dit principe in Duitsland sowieso al wat te vervagen. Maar Bachs Applicatio in C groot aan het begin van Wilhelm Friedemanns Klavierbuchlein bewijst dat de gepaarde vingerzetting zeker nog zijn functie had. En dat weten we dankzij de zeldzame, zorgvuldig genoteerde cijfertjes in Bachs hand in de bladmuziek van deze Applicatio. Alleen prelude BWV 930 komt in detailniveau in de buurt.
De Applicatio schrijft de derde en vierde vinger (de middelvinger en ringvinger) voor in stijgende loopjes in de rechterhand. Dalende toonladders speel je met de derde en tweede vinger (de wijsvinger). De linkerhand moet stijgen met wijsvinger en duim. Zo huppelen de handen over het toetsenbord, de essentiële ornamenten subtiel door de lijnen gevlochten.
Onze moderne oplossing om strakke lijnen te spelen – namelijk het scharnieren van de hand over de duim – gebruikte Bach maar zelden. En dat was een bewuste keuze: in barokke oren klonk ons gladde legato eerder troebel. Zelfs de volgende generatie, de modernere Carl Philipp Emanuel en Wilhelm Friedemann Bach, zetten precies vanwege dat articulatie-effect geregeld gepaarde vingerzettingen in.
Deze Applicatio kent maar acht maten. Maar zelfs op dit postzegelformaat blijft de muziek op en top Bach, en gaf het stuk zoon Wilhelm Friedemann de gelegenheid te oefenen op vaste muzikale patronen. Goed op weg naar het grote werk!
Jong talent
Eens per twee à drie jaar organiseert de Nederlandse Bachvereniging een talentontwikkelingsproject voor jonge, getalenteerde musici tot 18 jaar. In deze projecten staat de uitvoeringspraktijk van Bachs muziek centraal. Zo brengen we jong talent in aanraking met de historische uitvoeringspraktijk en verdiepen we hun inzicht in Bachs muziek. In dit project werkten we met de toetsenisten van de toekomst. Zeven internationale toptalenten tussen de 10 en 18 jaar werden na audities geselecteerd en volgden twee masterclasses van Siebe Henstra waarin de talenten liet kennismaken met Bach, het klavecimbel en barokke speeltechnieken en -stijlen. Ze studeerden elk enkele stukken in uit het Klavierbüchlein für Wilhelm Friedemann Bach, waaronder de Negen Kleine Preludes, BWV 924-932, die Bach schreef om zijn zoon Wilhelm Friedemann beter te leren spelen. De ingestudeerde werken namen de jonge klavecinisten in oktober 2024 op voor All of Bach in het Maltezerhuis in Utrecht.
Achtergrondvideo's
Teksten
Origineel
Vertaling
Credits
-
- Publicatiedatum
- 17 september 2026
-
- Opnamedatum
- 16 oktober 2024
-
- Locatie
- Maltezerhuis, Utrecht
-
- Klavecimbel
- Fernando Lourens
-
- Instrument
- Titus Crijnen, 1992 naar Johannes Ruckers, 1638
-
- Regie en camera
- Robin van Erven Dorens
-
- Muziekopname
- Guido Tichelman, Pim van der Lee
-
- Audiomontage en -mix
- Guido Tichelman
-
- Camera
- Martijn van Beenen
-
- Licht
- Ernst-Jan Thieme
-
- Assistent audioregie
- Marloes Biermans
-
- Datahandling
- Brechtje van Riel
-
- Productie
- Lisanne Marlou de Kok